Welke Reptielen Mag Je In Nederland Als Huisdier Hebben?

Welke Reptielen Mag Je In Nederland Als Huisdier Hebben
Baardagaam, gekko en anolis : deze reptielen mag je thuis houden of verkopen | VRT NWS: nieuws.

Welk reptiel in klein terrarium?

Spinnen & Schorpioenen – In tegenstelling tot insecten bezitten alle spinnen niet 6 maar 8 poten. In de poten bevinden zich ook de meeste zenuwcellen en daarom kan men stellen dat ze met hun poten denken! Spinnen en schorpioenen zijn ideale bewoners van kleine terraria.

Welke reptielen zijn giftig?

Bekijk: Giftige hagedissen Vier families van hagedissen en de suborde van de slangen hebben een gezamenlijke voorouder die ongeveer 200 miljoen jaar geleden geleefd moet hebben. Van drie van de hagedisfamilies werd tot nu toe aangenomen dat ze geen gif bezitten, maar onderzoekers hebben aangetoond dat onder de vijf groepen negen typen gif voorkomen.

  • In totaal 14 onderzoekers uit zes landen berichten daarover in een artikel in Nature van 17 november 2005.
  • Ook de Leidse biologiestudent Freek Vonk heeft meegewerkt aan de totstandkoming van het Nature-artikel.
  • Onder de nog levende reptielen zijn er twee lijnen waarvan biologen van oudsher weten dat ze gifklieren hebben.

Dat zijn de suborde Serpentes, de hoogontwikkelde slangen met zo’n 2500 tot 3000 soorten, en de twee leden van de hagedissenfamilie Helodermatidae, het gilamonster en de Mexicaanse korsthagedis. De slangen hebben de gifklieren in de bovenkaak en de hagedissen in de onderkaak. Welke Reptielen Mag Je In Nederland Als Huisdier Hebben De Leidse biologiestudent Freek Vonk, medeauteur van het artikel in Nature, met een zwartkeelvaraan, (bron afbeelding: Walter K. Getreuer)

Kun je een leguaan aaien?

Groene Leguaan

Wetenschappelijke naam: Iguana iguana Nederlandse naam: groene leguaan, boomkip, draakje Cites status: Appendix twee Familie: Iguanidae Uiterlijk:

De Groene Leguaan (ja de naam zegt het al) is groen! Althans dat zou U denken Er zijn echter een hoop exemplaren met andere kleuren. Er zijn grijze, bruinige, en zelfs rode en oranje exemplaren gespot. Ze hebben een forse driehoekige keelwam met uitstekende schubben onder de kin en een gebandeerde lange staart.

De ‘banden’ om de staart variëren van oranjebruin tot zwart van kleur. Ze hebben doorgaans een nogal spitse kop. Ze hebben een rugkam die bestaat uit zachte stekels, en bij sommige exemplaren wel 7cm lang kan worden. Met hun draakachtige uiterlijk weten ze iedere reptielenliefhebber te raken, en dit uiterlijk maakt ze zeer populair als huisdier.

Verspreidingsgebied: Midden en Zuid Amerika, Mexico, Antillen, Brazilië, Paraguay, Bonaire, Curaçao, maagdeneilanden en Suriname. Ze leven in de tropische gebieden en zijn daar vaak te vinden in de bomen. Geslachtsonderscheid: Bij het geslachtsonderscheid van deze leguanen kunt U het beste niet naar de grootte en kleuren kijken.

  1. Ik weet dat vele mensen denken dat dit goede indicaties zijn, maar helaas zitten mensen er hierdoor heel vaak naast.
  2. Een meer betrouwbare indicatie is de bredere staartbasis.
  3. Zoals ook bij slangen het geval is, liggen de geslachtsorganen van de Groene Leguaan binnen in het lichaam verborgen, hierdoor ontstaat de verdikking bij de staartbasis die bij vrouwtjes dus afwezig is.

De meest betrouwbare uiterlijke indicatie vormen de 12 tot 13 duidelijk zichtbare, uitstekende femoraalschubben, aan de binnenkant van de dijen van de man. Zekerheid kan pas worden verkregen na het “sonderen” van de dieren. Sonderen is een geslachtsbepalingsmethode waarbij met een sondeernaald, een naald met een gladde, ronde kop, in de geslachtsopening wordt gemeten hoe diep deze geslachtsopening is.

Sonderen is een risicodragende methode, die ernstige schade kan veroorzaken wanneer dit niet door een expert wordt gedaan. Laat het dan ook bij voorkeur door een dierenarts doen. Wanneer U genoeg tijd heeft kunt U het geslacht ook vastleggen door het gedrag van Uw dier te observeren. Veel fokkers krijgen hier de tijd niet voor, maar U kunt het zelf vaak wel! Regelmatig wekenlang observeren is dan een voorwaarde.

Maximale lengte: Deze dieren kunnen tot wel twee meter lang worden. Huisvesting: Deze dieren kunnen het beste gehouden worden in een ruime kamerserre. Ze kunnen met de juiste verzorging erg groot worden, en dus is het logisch dat deze dieren hogere eisen stellen.

  1. De groene leguaan accepteert meerdere van zijn soort in de buurt, dus het houden van kleine groepen is mogelijk, mits er genoeg ruimte beschikbaar is.
  2. Het beste is om één man op één of meerdere vrouwen te houden.
  3. Hiermee zult U agressiviteit tussen mannetjes in de paartijd voorkomen, en verminderd U de stress in de groep.

Zorg voor klimmogelijkheden aangezien deze dieren in het wild in bomen leven, en zorg voor een temperatuur van tussen de 25 en 30 graden. Zorg voor een aantal plaatsen om te zonnebaden (doe dit met lampen, en zorg dat die plaatsen 35 tot 40 graden warm zijn.) Sproei elke dag, de meeste exemplaren houden wel van een douche, maar zorg dat de bak zelf niet al te nat word, en geef de dieren een grote waterbak daar ze veel drinken! Houtsnippers vormen de beste bodembedekking, maar ook zand kan een uitkomst bieden.

  • Gedrag: Groene leguanen houden van klimmen, en zijn goed handtam te krijgen.
  • Ze hebben individueel een heel eigen karakter, en de tijd zal leren wat jouw exemplaar graag waardeert.
  • Ze zijn intelligent, en bij dreiging gebruiken ze de staart als zweep.
  • Een groene leguaan kan bijten, en de bacteriën die ze met zich meedragen kunnen voor problemen zorgen.

De dieren zijn zoals aangegeven wel handtam te krijgen en als U de tijd neemt om het dier te leren kennen is een beet niet waarschijnlijk. Voortplanting: Na de paring duurt het ongeveer 3 maanden totdat de eieren gelegd worden. Het aantal eieren varieert tussen 20 en 78 stuks per legsel.

De eieren die U wilt uitbroeden kunnen in een broedstoof worden gelegd op een vochtig substraat, bij een temperatuur tussen de 28 en 32 º Celsius. Het duurt dan gemiddeld 100 dagen tot de jongen uit het ei kruipen. Hanteren: Begin ermee als de dieren jong zijn. Vele exemplaren houden echt van aandacht en zodra ze het gewend raken lijken ze niet meer zonder je aandacht te kunnen.

Je kunt ze een douche geven met de sproeier (vaak gaan de ogen dan helemaal dicht en de kop omhoog), en daarna kunt U ze ‘aaien’ bij de nekkam of aan de zijkanten van het lichaam. Bedenk wel dat deze dieren in staat zijn onderscheid te maken, als ze gewend zijn aan één baas wil dit nog niet zeggen dat ze iedereen dulden.

  1. Ze hechten zich aan U.
  2. Voeding: Groene leguanen hebben een bijzonder dieet.
  3. Geef ze grotendeels bladgroente, bloemen en spruiten.
  4. Verder eten ze kool en wortel, paprika, papaja of andere vruchten en zo heel af en toe wat vezels.
  5. Havermout is daar een goede oplossing voor.
  6. Bijzonderheden: Deze dieren zijn in het wild in grote groepen bij elkaar gespot.

Zo zaten er ook vele mannetjes op een relatief klein gebied. Bedenk echter dat mannetjes in het wild elkaar uit de weg kunnen gaan, in een terrarium kan dit niet tenzij U een heel huis tot hun beschikking stelt, maar om het simpel te houden en problemen uit de weg te gaan is het verstandig om in gevangenschap geen mannen bij elkaar te plaatsen.

Kan je een leguaan oppakken?

Wat wel en wat niet! – NIET grind, grof zand of kiezel als bodembedekking gebruiken, omdat de hagedissen dat kunnen inslikken. WEL altijd je handen wassen als je met het terrarium of met de leguanen bezig bent geweest. Een terrarium zit vol bacteriën waar mensen soms ziek van kunnen worden.

  • NIET een leguaan oppakken die niet gewend is om opgepakt te worden.
  • Hij kan dan slaan met zijn staart, krabben met zijn scherpe nagels en bijten.
  • WEL Zorg dat er ruim voor de eileg een geschikte legplaats voor de eieren aanwezig is.
  • Als een vrouwtje haar eieren niet kwijt kan, kan ze heel ziek worden.
  • NIETvergeten om een tetanusprik te halen als je door een leguaan gebeten bent.

Het dier heeft heel veel schadelijke bacteriën in zijn bek. WEL een grote waterbak in het terrarium zetten, die iedere dag schoongemaakt moet worden. Leguanen poepen namelijk boven het water. Het water moet ongeveer 25 graden zijn.

Kan een leguaan springen?

Goede klimmers – Fijileguanen kunnen goed in bomen klimmen en van de ene tak naar de andere tak springen. Om in balans te blijven, gebruikt de Fijileguaan zijn staart. Daar heeft hij dan ook genoeg van. De staart is namelijk goed voor tweederde van zijn totale lichaamslengte. : Fijileguaan

Hoe duur zijn gekko’s?

Luipaardgekko Welke Reptielen Mag Je In Nederland Als Huisdier Hebben De luipaardgekko is een boeiend reptiel dat in allerlei kleurslagen en aftekeningen gekweekt is. Hoewel hij niet, zoals sommige andere gekko’s, over wanden en plafond kan lopen, kan hij wel goed klimmen. Luipaardgekko’s eten levende voedseldiertjes en zijn vooral ‘s nachts en in de schemering actief.

Kies het juiste dier voor uw situatie: lees vóór het kopen eerst of de luipaardgekko het huisdier is dat u zoekt. De luipaardgekko ( Eublepharis macularius ) is een kleine, erg populaire hagedis die veel als huisdier wordt gehouden. Hij behoort tot de familie van de gekko’s en tot de onderfamilie Eublepharidae.

De leden van deze familie hebben, in tegenstelling tot andere gekko’s, beweegbare oogleden en tenen zonder hechtlamellen maar met nagels. Het zijn grondgekko’s. Luipaardgekko’s zijn van nature ‘s nachts en in de schemering actief. Ze hebben een relatief plat lichaam en grote ogen en worden tot ongeveer 25 centimeter lang.

  1. De staart lijkt uit segmentjes te bestaan en is iets korter dan de rest van het lichaam.
  2. In de staart kan vet worden opgeslagen om als reserve te dienen.
  3. Luipaardgekko’s kunnen tot twintig jaar oud worden.
  4. De oorspronkelijke luipaardgekko is wit-geel gekleurd met bruine en zwarte vlekken en, als ze jong zijn, gele banden.

Op het hele lichaam zitten kleine wratjes. Er bestaan twee ondersoorten, namelijk Eublepharis macularius macularius en Eublepharis macularius afghanicus, In de literatuur worden nog meer ondersoortsnamen genoemd, maar alleen deze twee zijn algemeen geaccepteerd.

Daarnaast bestaan er heel veel verschillende kleurvormen (morphs), zoals: verschillende soorten albino’s (geel met roze banden of vlekken), hypo’s (met een verminderd kleurpatroon), patternless (zonder patroon, vaak geboren met een kleurpatroon maar dit vervaagt naarmate ze volwassen worden), High Yellow (een wild type dat ook in de natuur voorkomt en waarbij de grondkleur fel geel is) of Tangerine (kan in combinatie met de andere kleuren en patronen voorkomen maar heeft in elk geval oranje).

Ook bestaan er ‘giant’ vormen, die langer en zwaarder kunnen worden dan de gewone luipaardgekko. De luipaardgekko leeft in Iran, Pakistan, Afghanistan en India in halfdroge steenachtige gebieden. Het is een grondgekko die overdag schuilt in holen en als het donker wordt gaat jagen op insecten en andere kleine dieren.

Ze kunnen niet zoals veel andere gekko’s tegen verticale oppervlakken blijven plakken, maar ze kunnen wel goed klimmen. Als een luipaardgekko wordt aangevallen door een roofdier, kan hij een deel van zijn staart afstoten. Dit heet autotomie. In de staart zitten breekpunten op verschillende plaatsen. De afgeworpen staart blijft nog even bewegen, waardoor het roofdier wordt afgeleid en de gekko kan ontsnappen.

Het missende deel van de staart groeit weer aan, maar heeft geen wervels meer. Bij het opzetten, inrichten en onderhouden van een terrarium komt heel wat kijken. In de handleiding over terrariumtechniek leest u hoe u dat aan kunt pakken. Zorg ervoor dat het terrarium klaar staat als u een luipaardgekko koopt.

  • U kunt een luipaardgekko het beste alleen houden.
  • Meerdere mannen samen kan niet, dit resulteert in vechtpartijen.
  • Een man met (meerdere) vrouwtjes samen huisvesten is niet aan te raden als u geen kweekplannen hebt.
  • Meerdere vrouwtjes samen kan alleen als de huisvestingsomstandigheden optimaal zijn en de dieren even groot zijn.

Dit is niet aan te bevelen. Voor één luipaardgekko heeft u een terrarium met een grondoppervlakte van minstens 0,50m2 en een minimale hoogte van 40cm nodig. In een hoger terrarium kunt u echter meer klimmogelijkheden aanbieden. Zorg voor een achterwand in het terrarium, want van een doorkijkterrarium wordt een gekko nerveus.

  1. Urk is hiervoor niet zo geschikt, omdat als voedsel bedoelde krekels zich daar achter verstoppen zodra er een gaatje in zit en omdat het moeilijk te reinigen is.
  2. Als bodembedekking is een aantal materialen geschikt, zoals als bark, beukensnippers en kwartszand.
  3. Deze worden ook weleens gemengd.
  4. Het gebruik van “scherpere” zandsoorten als speelzand en zilverzand kan problemen geven aan met name de ogen en in sommige gevallen leiden tot een verstopping.

Dat laatste kan onder andere gebeuren als de dieren gebrek aan kalk hebben en daarom het zand gaan eten. Omdat luipaardgekko’s in de natuur op steenachtige ondergrond leven, kan men ook (geheel of deels) gebruik maken van verschillende vlakke stenen, bijvoorbeeld leisteen of flagstones.

Ze kunnen dienst doen als ondergrond, maar kunnen daarnaast ook als schuilmogelijkheid worden aangeboden. Denk er hierbij aan dat deze wel vlak op de bodem van het terrarium worden geplaatst. Bij plaatsing op losse ondergrond willen de dieren er soms onderdoor graven waardoor ze kunnen gaan verzakken.

Lijm stenen eventueel op elkaar vast zodat zij niet kunnen instorten of verschuiven. Ook stronken zijn erg geschikt als inrichting omdat de dieren redelijk kunnen klimmen en ook van veel beschutting houden. Er moeten voldoende schuilplaatsen zijn. Voorkom kleine kieren waar krekels in kunnen kruipen.

  1. Wilt u planten neerzetten dan zijn kunstplanten het meest praktisch.
  2. Het verblijf moet goed geventileerd en tochtvrij zijn.
  3. De temperatuur in het verblijf moet tussen 25 en 35 graden Celsius liggen, verdeeld in warme plekken onder de warmtebron en koelere plekken.
  4. S Nachts mag de temperatuur dalen tot 20 tot 25 graden Celsius.

Gebruik bijvoorbeeld bij een glazen terrarium bodemverwarming met behulp van een warmtemat, maar let op dat er warmere en koelere gedeeltes moeten zijn. Warmtestenen kunnen verbranding veroorzaken, gebruik deze niet. Van UV-B-lampen wordt vaak gezegd dat zij niet nodig zijn voor de luipaardgekko omdat het een nachtdier is.

Dit is echter niet waar: ook overdag vangen zij UV-B-licht op en dit is zeer belangrijk voor hun calciumstofwisseling. Gebruik UV-gloeilampen en laat het licht 12 uur per dag aan staan. Zet het licht op een schakelklok zodat er een vast dag-nacht ritme is. Pas op dat de dieren zich niet kunnen branden aan de lamp.

Aan de luchtvochtigheid hoeft u meestal niets extra’s te doen, de normale huiskamer luchtvochtigheid voldoet. Zet een donker bakje met een kleine opening neer, met daarin wat vochtig veenmos neer zodat het dier een plek heeft om eieren te leggen. Ook vinden gekko’s het prettig om hier regelmatig in te liggen, omdat het hen helpt bij het vervellen.

Zorg altijd voor een bakje met schoon drinkwater. Een extra calciumbron in het terrarium is aan te raden, bijvoorbeeld een bakje met calciumpoeder of fijngemaakt sepia. Zet het terrarium op een rustige plaats en beweeg rustig in de buurt van het terrarium. Een slot kan handig zijn om te zorgen dat kinderen niet zonder toezicht bij de gekko kunnen komen.

Het is goed voor de luipaardgekko om hem een winterrust te geven. Tijdens deze periode, die ongeveer twee maanden duurt, wordt de temperatuur geleidelijk lager en het licht minder. De dagtemperatuur is uiteindelijk ongeveer 15 tot 20 graden Celsius, en de nachttemperatuur tot vijf graden lager.

Maak de daglengte geleidelijk korter tot acht uur licht per dag. Na afloop van de winterrust bouwt u dit weer langzaam op. U kunt een luipaardgekko voorzichtig laten wennen aan oppakken, zodat u het dier indien nodig kunt hanteren zonder dat het hiervan veel stress ondervindt. Het beste kunt u hierbij de gekko met uw handen opscheppen.

Het is echter geen dier dat u erg vaak vast moet pakken, dit geeft teveel stress. Pas bovendien op dat u de gekko nooit bij de staart pakt, want dan zal hij deze afstoten. De huid van de luipaardgekko is gevoelig. Luipaardgekko’s kunnen bijten maar doen dit niet snel.

Het is belangrijk om het terrarium goed schoon te houden. Verwijder elke dag niet opgegeten voedseldieren en haal uitwerpselen weg voor u opnieuw voert. De luipaardgekko zal soms een specifieke plek uitkiezen om zijn ontlasting te doen, dit vergemakkelijkt het schoonmaken. Vervang de bodembedekking zodra het vies of nat wordt.

Zorg altijd voor vers drinkwater. Was altijd uw handen nadat u in contact geweest bent met deze dieren of het terrarium, reptielen kunnen Salmonella overbrengen. Luipaardgekko’s eten dierlijk, levend voer zoals krekels en kakkerlakken, eventueel aangevuld met meelwormen of wasmotten.

Deze laatste zijn erg vet dus geef er niet te veel van. Het voedseldier moet kleiner zijn dan de kop van de gekko. Haal overgebleven levende insecten uit het terrarium om stress bij de gekko te voorkomen en om te voorkomen dat de insecten de huid van de gekko beschadigen. Voedseldieren kunt u het beste eerst bijvoeren (‘gutloaden’) met kattenvoer of visvoer zodat hun voedingswaarde verbeterd wordt.

De voedingswaarde is echter nog steeds niet volledig: bepoeder daarom elk voedseldier met een calcium- en vitaminepreparaat. Pasgeboren muisjes kunnen af en toe gegeven worden, met name aan volwassen vrouwtjes die zich voorplanten. Geef ze echter niet vaker dan eens per week omdat ze erg veel energie bevatten.

  1. Sommige luipaardgekko’s houden ook van af en toe wat zacht fruit.
  2. Wissel het voer af, zo krijgt de luipaardgekko alle voedingsstoffen binnen.
  3. Ook fruit moet met een calciumpoeder bestrooid worden.
  4. Luipaardgekko’s hebben extra calcium nodig.
  5. Geef dit dagelijks in de vorm van een goed calcium- en mineralenpoeder dat over het voedsel en door het water gestrooid kan worden.

U kunt het als aanvulling daarop ook in een bakje neerzetten. Let op de houdbaarheid van het poeder. Voer de luipaardgekko hooguit drie keer per week. In de periode voor de winterrust voert u minder vaak, tijdens de winterrust eten de dieren niet of nauwelijks.

  • Vers drinkwater moet altijd aanwezig zijn.
  • Mannelijke luipaardgekko’s hebben twee verdikkingen onder de staartwortel op de plek waar hun hemipenissen zich bevinden.
  • Mannetjes hebben daardoor een bredere staartaanzet dan vrouwtjes.
  • Ook zijn de pre-anale poriën bij het mannetje duidelijk te zien.
  • Deze kleine openingen in de huid liggen in een omgekeerde V-vorm tussen de achterpoten.

Vanaf een maand of zes kunt u het geslachtsonderscheid zien. Luipaardgekko’s zijn geslachtsrijp na ongeveer tien maanden tot twee jaar. De vrouwtjes moeten ongeveer 45 gram wegen voor u ermee gaat kweken. Als u zelf wilt kweken, bedenk dan vooraf waar u de jongen kwijt kunt, want het aanbod is vrij groot.

Het paarseizoen loopt van februari tot september. Het vrouwtje heeft dan wat extra energie en extra calcium nodig. Het vrouwtje legt een tot tien keer per jaar twee eieren in vochtig veenmos of vochtig zand. Dit gebeurt zo’n 21 dagen na het paren. Deze eieren kunt u uitbroeden in een broedstoof met bijvoorbeeld vochtig vermiculiet als substraat.

Let daarbij goed op dat u de eieren niet draait! Of er mannelijke of vrouwelijks luipaardgekko’s geboren worden en hoe lang de broedtijd is, hangt af van de broedtemperatuur. Bij 26 tot 30 graden duurt het broeden ongeveer drie maanden en komen er vooral vrouwtjes uit, bij 32 graden duurt het zo’n anderhalve maand en komen er vooral mannetjes uit de eieren.

Voert u de temperatuur nog meer op tot 34 graden dan worden er weer voornamelijk vrouwtjes geboren, maar daarboven sterven de embryo’s. Het gebeurt wel dat er een paar dagen zitten tussen het uitkomen van beide eieren, laat het laatste ei dus rustig liggen tot het uitkomt. Zet de jongen in een aparte bak en zorg voor een bakje met vochtig substraat.

De eerste week eten de jongen soms nog niet. Dan zullen ze vervellen en daarna beginnen ze op voedseldiertjes te jagen. Een aandoening waar gekko’s gevoelig voor zijn is rachitis. Dit is een vervorming van het skelet door een tekort aan calcium en UV-B-licht.

  • De gevolgen van te weinig calcium zijn pas na langere tijd te merken.
  • Verschijnselen zijn bijvoorbeeld zwakte, zwakke en misvormde botten, kromme poten en slechte eieren of dode jongen.
  • Vrouwtjes kunnen problemen krijgen bij het eieren leggen, meestal als gevolg van kalktekorten.
  • Vaak is dan een operatie nodig om het ei te verwijderen.

Wanneer u er op tijd bij bent, is rachitis door een dierenarts te behandelen. Zorg er altijd voor dat de gekko een extra calciumbron ter beschikking heeft en aan UV-B-licht blootgesteld wordt. Vitamine D3 aan de voeding toevoegen heeft waarschijnlijk onvoldoende effect.

Gekko’s die een tekort aan calcium binnenkrijgen, gaan soms zand of ander substraat eten en kunnen daardoor verstopt raken. Verstopping kan ook voorkomen als de dieren verkeerde voeding krijgen. Jonge dieren zijn hier gevoeliger voor dan oudere dieren. Aan de gevolgen hiervan kunnen gekko’s overlijden.

Diarree wijst mogelijk op een infectie van de darmen, bijvoorbeeld door parasieten. Ga hiermee dus altijd bijtijds naar een dierenarts. Longontsteking kan het gevolg zijn van tocht in het terrarium en is te herkennen aan slijm bij de mond. Probeer tocht altijd te voorkomen.

  1. Ook mondrot komt voor.
  2. Voor beide aandoeningen heeft de gekko speciale antibiotica nodig, die na het stellen van de juiste diagnose door een dierenarts voorgeschreven kunnen worden.
  3. Niet vlot verlopende vervelling kunt u verhelpen door voor een hogere luchtvochtigheid te zorgen, bijvoorbeeld in de vorm van een bakje vochtig vermiculiet of veenmos, en door de gekko te baden in lauwwarm water.

Stukken vel die te lang vast blijven zitten kunnen problemen geven, vooral bij ogen en tenen. Tenen kunnen door die problemen zelfs afvallen. Trek nooit hard aan de huid van de gekko. Probeer bij problemen eventueel heel voorzichtig met een pincet restjes huid weg te halen.

Als een dier steeds problemen heeft met vervellen, kan dit door tekort aan vitamine A komen of door een slechte conditie door ziekte. Ga dan naar een dierenarts. Een gekko die zijn staart heeft afgeworpen is kwetsbaar omdat hij zijn energiereserves, die in de staart worden opgeslagen, is verloren. Houdt u toch meerdere dieren bij elkaar? Zet deze gekko dan apart tot de staart weer is aangegroeid.

Mijten komen bij reptielen regelmatig voor. Het zijn kleine, rode of zwarte diertjes die vooral bij ogen en geslachtsopeningen te vinden zijn. Koop nooit een dier met mijten en ontsmet nieuw materiaal voor u het in het terrarium zet. Middelen om mijten te bestrijden haalt u bij de dierenarts.

  • Cryptosporidium is een ziekte die met name de darmen aantast.
  • De kenmerken zijn gewichtsverlies, niet willen eten en soms diarree.
  • Er is geen medicijn bekend.
  • Sommige dieren kunnen hiervan herstellen, maar dieren die symptomen vertonen zullen er aan overlijden.
  • Zorg altijd voor goede hygiëne en verwijder steeds ontlasting voordat u nieuw voer geeft.
See also:  Boulderen Vanaf Welke Leeftijd?

Deze ziekte is erg besmettelijk. Voorkom ziekten door goede hygiëne, goede voeding en zo min mogelijk stress. Is uw luipaardgekko ziek, ga dan naar een dierenarts met verstand van reptielen. Voor het op een verantwoorde wijze houden van dit huisdier is geen specifieke ervaring nodig.

  • Sluit u eventueel aan bij een reptielenvereniging, waar u via medeliefhebbers veel nuttige informatie kunt krijgen.
  • Een luipaardgekko kunt u kopen bij een kweker of bij een goede reptielenspeciaalzaak.
  • Let bij aanschaf op dat de gekko niet mager is, alert is en heldere ogen heeft, geen tenen mist en een schone neus heeft.

Aan heel jonge dieren is moeilijker te zien of ze iets mankeren, koop daarom liever een dier van een maand of zes oud. Koop geen wildvang dieren, deze zijn vaak kwetsbaar in gevangenschap. Ook zijn er ethische bezwaren te bedenken tegen het kopen van uit het wild gevangen dieren.

Nakweekdieren zijn sterker en beter aangepast aan het leven in een terrarium. Luipaardgekko’s kosten ongeveer vanaf 20 tot 150 euro per stuk, afhankelijk van het kleurpatroon en de leeftijd. De opstartkosten van een terrarium zijn vrij hoog. Kosten die terugkeren zijn bijvoorbeeld de aanschaf van voedseldieren en de elektriciteitskosten voor verwarming en licht.

Daarnaast kunt u voor kosten komen te staan als er ziekten in het terrarium ontstaan. : Luipaardgekko

Hoe duur is een kameleon?

Cites II Welke Reptielen Mag Je In Nederland Als Huisdier Hebben De Jemen Kameleon Latijnse naam : Chamaeleo Calytratus De Jemen Kameleon is een leuke kameleon voor de beginner. Ze zijn dag-actief en de meeste kunnen goed wennen aan de hand. Ze leven voornamelijk in de bomen en klimmen daar op niet al te grote takken waar ze zich goed aan vast kunnen houd met de speciale grijppootjes.

In gevangenschap is het de meest gehouden kameleonssoort van dit moment. Herkomst : Jemen Levensverwachting : tot 5 jaar, met uitschieters naar 8 jaar. Lengte : man tot 45cm, vrouw tot 35cm Kleur : Groen Gedrag : De Jemen Kameleon is een vrij rustig dier en leeft solitair. Ze kunnen hun omgeving goed in de gaten houden door de ogen apart van elkaar te bewegen, zo kunnen ze 360 graden om zich heen kijken.

De tong gebruiken ze om voedsel te pakken en kan ver reiken. Ze eten graag insecten, maar soms lusten volwassen dieren ook een stuk fruit of groente. Huisvesting : Minimaal 60x45x90cm, bij een volwassen man kan er nog voor een maat groter gekozen worden zoals 90x45x90cm,

  1. In de bak moeten er genoeg klimmogelijkheden zijn en veel beschutting in de vorm van planten.
  2. De takken moet niet te dik of te glad zijn, want dan kunnen ze er nog goed op klimmen.
  3. De beschutting kan in de vorm van planten, waar de kameleon goed in kan schuilen en in kan klimmen.
  4. Grote stukken kurk vinden ze ook vaak prettig om achter te schuilen.

Het is belangrijk het hok veel aankleding te geven, anders kan de kameleon gestrest raken. Ze voelen zich het prettigst als ze zich goed kunnen verstoppen op een plek waar niemand de kameleon kan zien. Achterwanden of een poster kan ook helpen. Een poster kan op de achterkant en zijkanten eventueel worden bevestigd voor extra beschutting.

  • Temperatuur : Dag 24-28 graden, nacht minimaal 20 graden.
  • Warmtespot overdag moet 35 graden zijn.
  • Voor het juist aflezen van de temperatuur raden wij aan 2 thermometers te plaatsen.
  • Een thermometer onderin en één thermometer in de buurt van de warmtespot.
  • Er kan ook gekozen worden voor een digitale thermometer met voeler, de voeler kan verplaatst worden in het terrarium om de temperatuur.

UVB : Ja. UVB voor tropische dieren, zoals Tropische UVB van Exo Terra. Luchtvochtigheid : Dag 40-50%, nacht 80-90%. Jemenkameleons drinken niet graag uit een waterbak, het liefst drinken zij druppels van de planten af. Eventueel kan er gebruik worden gemaakt van handsproeier, waterval, mistapparaat of druppelaar,

  1. Geen waterbak, want er is altijd kans op verdrinken zeker bij jonge dieren.
  2. Met een hygrometer kan de luchtvochtigheid gemeten worden.
  3. Bodembedekking : Humus, mos, bark,
  4. Het is verstandig om de bak bioactief te maken, door hier springstaartjes en tropische pissebedden aan toe te voegen.
  5. Deze kleine diertjes zullen de schimmels en rottende resten opeten, dit zorgt ervoor dat je zelf minder schoonmaakwerk hebt.

De bodem moet vochtig gehouden worden, anders gaan deze diertjes dood. Voor de Jemenkameleon is het ook belangrijk de bodem vochtig te houden, anders zal na het sproeien het vocht erg snel verdwijnen. Voeding : Insecten, zoals krekels, sprinkhanen, wasmotlarven, moriowormen en meelwormen.

Moriowormen en meelwormen niet te vaak geven, vanwege de moeilijke verteerbaarheid. Het is belangrijk de voedseldieren te gut-loaden, hiermee bedoelen we speciale voeding geven aan de krekels en sprinkhanen zodat ze een hogere voedingswaarde krijgen. Vergeet nooit de voedseldieren met calcium/vitamine/d3 preparaat te besprenkelen.

Dit is uiterst belangrijk om bijvoorbeeld rachitis te voorkomen. Hanteren : Zoveel mogelijk beperken op jonge leeftijd. De dieren zijn uiterst stress gevoelig en moeten vaak eerst een lange tijd aan het terrarium wennen. Uiteindelijk kan het dier gehanteerd worden, maar dit moet rustig worden opgebouwd.

  1. Sommige kameleons wennen nooit aan oppakken, anderen worden heel erg tam.
  2. Verzorgen : Het verblijf moet elke dag gecontroleerd worden op schimmels en poepresten.
  3. Bij een bioactief terrarium is dit vrijwel niet nodig.
  4. Het terrarium moeten elke dag worden voorzien van vocht, zodat de kameleons druppels hebben om te drinken.

Sproeien met de hand of door middel van een apparaat. Geslachtsbepaling : Mannen hebben een hakje/bultje op beide achterpoten, vrouwen hebben dit niet. Het is al goed zichtbaar vanaf de geboorte. Mannen worden groter dan de vrouw en hebben bij meer contrast dan de vrouw.

  • Geslachtsrijp : 8 maanden.
  • Weken wordt aangeraden voor vrouwtjes vanaf 1 jaar Cites appendix II : Deze dieren zijn opgenomen in CITES appendix II en mogen met beperkte mate uit hun natuurlijke leefgebied geëxporteerd worden.
  • U krijg bij een CITES II altijd een overdrachtsverklaring, dit is een verklaring van herkomst.

Hierop staan adresgegevens van de koper en van de verkoper vermeld. Dit formulier moet altijd bewaard blijven door de koper als bewijs van legale aankoop. Ziektes en aandoeningen:   Bruin/zwart van kleur : Oorzaak: Stress, te veel krekels in het terrarium die niet worden opgegeten, te warm, te koud, te weinig voeding, te weinig vocht etc.

Een kameleon die zich niet goed voelt zal bruin of soms zelfs nog donkerder van kleur worden. Een foute inrichting, verkeerde luchtvochtigheid, verkeerde voeding en andere oorzaken van stress moeten aangepakt worden. Het is belangrijk de kameleon niet te hanteren als ze al gestresst zijn. Vergroeiingen/ Rachitis : Vaak het resultaat van vitamine/calcium/d3 te kort of geen uvb of verouderde uvb lamp.

Het resultaat is vaak vergroeiingen aan de rug, poten of staart Aanschaf en kosten:  De aanschaf van een Jemenkameleon is 45-95 euro. De aanschaf van een Jemenkameleon met hok en alle toebehoren is te koop vanaf €700,-. De maandelijkse kosten voor bodembedekking en voeding zijn zo rond de 20 euro.

  1. Tip bij aankoop: Dier altijd eerst aan het hok laten wennen een aantal dagen, zodat het de omgeving kan verkennen.
  2. Daarna kan voorzichtig worden opgebouwd met hanteren.
  3. Bij erg jonge dieren is het verstandig het dier een aantal weken in het terrarium te laten zonder te hanteren.
  4. Wilt u weten of dit dier op voorraad is en de actuele prijs van dit dier, kunt u contact opnemen met de winkel.

De dieren zijn af te halen in de winkel tijdens onze openingstijden op onderstaand adres. Voordat u langskomt raden wij aan telefonisch contact op te nemen met de winkel en de dieren te reserveren waar u interesse in heeft. Reserveren kan voor 1 dag zonder aanbetaling en 1 week met aanbetaling.

Hoe duur is een Wimpergekko?

Wimpergekko Welke Reptielen Mag Je In Nederland Als Huisdier Hebben Wimpergekko’s zijn schemer- en nachtactieve hagedissen. Ze zijn erg actief en kunnen dankzij hun hechtlamellen met gemak tegen gladde oppervlakten oplopen. In een rustig en stressvrij terrarium komen ze goed tot hun recht en leveren ze veel kijkplezier op.

  • Ies het juiste dier voor uw situatie: lees vóór het kopen eerst of de wimpergekko het huisdier is dat u zoekt.
  • De wimpergekko ( Correlophus ciliatus ) is een hagedissensoort die afkomstig is van de oostelijke eilanden van Nieuw-Caledonië, een eilandengroep ten oosten van Australië.
  • Lange tijd werd gedacht dat deze gekko uitgestorven was, maar in 1994 werd hij herontdekt.

Sindsdien is de soort veel nagekweekt in gevangenschap en heeft dit zelfs de redding van de soort betekend. De naam van deze gekko verwijst naar de twee kammen van kleine stekeltjes boven de ogen, die sterk doen denken aan wimpers. Daarnaast is deze gekkosoort te herkennen aan de duidelijk zichtbare kammen met kleine stekeltjes aan weerszijden van de kop die over de hals doorlopen in een dubbele rugkam aan weerszijden van de rug.

De kleur van de wimpergekko varieert van grijs tot groen of bruin en zelfs oranje en geel. Het gedeelte tussen de kammen is altijd lichter of anders van kleur. De kop is groot in vergelijking tot het lichaam, de staart is daarentegen vrij klein. Wimpergekko’s worden ongeveer twintig tot vijfentwintig centimeter lang.

Zoals veel gekkosoorten kunnen wimpergekko’s tegen gladde verticale oppervlakten lopen. Ze maken daarbij gebruik van hechtlamellen onder de tenen. Wimpergekko’s kunnen ongeveer vijftien jaar oud worden, mogelijk zelfs tot vijfentwintig jaar. Er zijn verschillen in grootte en kleurtekening tussen wimpergekko’s, zogenaamde kleurvormen (morphs).

Voorbeelden hiervan zijn “patternless” (zonder patroon), “bicolor” (tweekleurig), “tiger” (met strepen), “dalmation” (met stippen), “flame/fire” (vanwege de kleuren/vlekken) en “pinstripe” (met wat grotere stekeltjes). Van oorsprong komt de wimpergekko voor in struikgewas en lage bomen in de bossen van Nieuw-Caledonië.

Het zijn vrij schuwe dieren die schemer- en nachtactief zijn. Ze eten insecten en fruit. Als een wimpergekko wordt aangevallen door een roofdier, kan hij een deel van zijn staart afstoten om de aanvaller te misleiden. Dit heet autotomie. Bij wimpergekko’s groeit de staart echter niet meer terug, in tegenstelling tot bij veel andere soorten hagedissen! De wimpergekko kan zijn kleur enigszins aanpassen aan de ondergrond.

  • Bij stress of kou kunnen ze donker kleuren.
  • Wimpergekko’s zijn van nature solitair (alleenlevend).
  • Bij het opzetten, inrichten en onderhouden van een terrarium komt heel wat kijken.
  • In het Praktisch document over terrariumtechniek leest u hoe u dat aan kunt pakken.
  • Zorg ervoor dat het terrarium klaar staat als u een wimpergekko koopt.

Kies een terrarium dat meer hoog is dan breed. U kunt een wimpergekko alleen houden, of met meerdere dieren bij elkaar. Zet echter nooit twee mannetjes bij elkaar, ze zijn onderling agressief. Voor een paartje wimpergekko’s heeft u een terrarium van tenminste 40 x 40 x 70 centimeter nodig (lengte x breedte x hoogte), maar groter is altijd beter.

  • Zet het terrarium op een rustige plaats en beweeg rustig in de buurt van het terrarium.
  • Ies een terrarium met achterwand, dit voorkomt stress bij de dieren.
  • Een slot kan handig zijn om te zorgen dat kinderen niet zonder toezicht bij de dieren kunnen.
  • Het verblijf moet geventileerd en tochtvrij zijn.
  • Van nature komt de wimpergekko voor in vochtig gebied.

De luchtvochtigheid in het terrarium moet tussen de 60 en 80 procent liggen. Kies daarom een bodembedekker die vocht vasthoudt, zoals boomsnippers, bark, turf of spagnum mos. Planten, echte of van plastic, dienen als schuilplaats en wateropvang om te drinken.

  1. Zorg wel ook altijd voor een ondiep drinkbakje.
  2. Levende planten helpen de luchtvochtigheid op peil houden.
  3. Verder moeten er klimtakken en voldoende schuilplaatsen in het terrarium aanwezig zijn.
  4. Een bakje vochtig spagnum of veenmos is handig om de dieren te helpen vervellen.
  5. De temperatuur in het verblijf moet tussen 22 en 26 graden Celsius liggen, waarbij de hoogste temperatuur onder de spots is.

‘s Nachts mag de temperatuur zakken naar 18 tot 22 graden Celsius. Omdat wimpergekko’s in een gematigd klimaat leven, kunnen ze op kamertemperatuur gehouden worden, zolang de temperatuur nooit hoger wordt dan 30 graden Celsius of lager dan 18 graden Celsius.

Er moeten altijd warmere en koudere gedeeltes zijn zodat de dieren kunnen kiezen. Gebruik voor de verlichting gloeilampen, spaarlampen of eventueel daglichtlampen. Het is verstandig om ook een UV-lamp op te hangen. De wimpergekko is weliswaar een nachtdier, maar dit dier zal in de natuur ook korte perioden van de dag UV-B opnemen uit zonlicht.

‘s Nachts kunt u verder eventueel rode lampen gebruiken. Laat het licht overdag tien tot twaalf uur aan staan. Zet het licht op een schakelklok zodat er een vast dag- en nachtritme is. Zorg dat de dieren niet in contact kunnen komen met de lampen en warmtespots.

  • Het is goed voor de dieren om hen een winterrust te geven, zeker als u met ze wilt kweken.
  • Tijdens de winterrust, die ongeveer twee maanden duurt, wordt de temperatuur geleidelijk lager en het licht minder.
  • De temperatuur is uiteindelijk 16 tot 20 graden Celsius.
  • Wimpergekko’s zijn rustige dieren die niet snel bijten als ze opgepakt worden.

Het blijven echter kijkdieren en geen knuffeldieren. Vastpakken van de dieren zorgt voor stress. Pas op dat u de gekko nooit bij de staart pakt, want dan zal hij deze afstoten. De staart van een wimpergekko groeit niet meer aan! Het is belangrijk om het terrarium goed schoon te houden.

Verwijder elke dag dode, niet opgegeten voedseldieren en haal uitwerpselen weg voor u opnieuw voert. Sproei elke dag wat water in het terrarium om de luchtvochtigheid te handhaven. Ververs dagelijks het drinkwater. U zult het glas van het terrarium vaak moeten schoonmaken omdat de gekko’s dit bevuilen.

Vervang het bodemmateriaal regelmatig, afhankelijk van het gebruikte substraat. Maak dan meteen de rest van het terrarium schoon, ook de inrichting. Spoel altijd heel goed na als u een schoonmaakmiddel hebt gebruikt! Was altijd uw handen nadat u in contact geweest bent met de dieren of het terrarium, reptielen kunnen Salmonella overbrengen.

  1. Wimpergekko’s eten ongeveer 40% dierlijk voedsel.
  2. Dit bestaat uit levend voer zoals krekels, kakkerlakken, wasmotten en wasmotlarven.
  3. Ook mogen ze af en toe een babymuisje.
  4. Het voedseldier mag niet groter zijn dan de kop van de gekko.
  5. Overig voedsel in de natuur en dus ook in gevangenschap bestaat meestal uit overrijpe vruchten.

Voor wimpergekko’s is speciaal voer ontwikkeld dat van verschillende merken verkrijgbaar is. Dit voer in de vorm van poeder wordt aangemengd met water zodat er een papje ontstaat. Ook zijn er kant en klare fruit jelly’s verkrijgbaar. Hierin zitten in principe alle voedingsstoffen die deze gekko’s nodig hebben.

  • Het kan echter geen kwaad om ook af en toe levende insecten te voeren, zodat de dieren actief blijven jagen.
  • Het is verstandig om extra calcium en vitaminen toe te voegen door voedseldieren te bepoederen met een calcium- en vitaminepreparaat voor reptielen.
  • Voer de wimpergekko om de dag.
  • Jonge dieren kunt u elke dag voeren.

Haal eventuele niet opgegeten voedseldieren na enige tijd uit het terrarium, omdat ze anders de gekko’s kunnen bijten. Vers drinkwater moet altijd aanwezig zijn. Gekko’s drinken niet altijd uit een bakje, zorg er daarom voor dat er ook sproeiwater op planten en andere inrichtingselementen blijft liggen zodat ze dit kunnen drinken.

Het mannetje van de wimpergekko heeft een bredere staartwortel dan het vrouwtje. Aan de buikzijde zitten bij de man twee verdikkingen waarin de hemipenissen liggen. Ook heeft hij duidelijke pre-anale poriën. Deze kleine openingen in de huid liggen in een omgekeerde V-vorm net boven de staartwortel. Verder heeft een man femoraalporiën aan de binnenkant van de dijbenen.

Vanaf een jaar is een wimpergekko geslachtsrijp, maar beter is aan te houden dat een vrouwtje meer dan 35 gram moet wegen voordat er mee gekweekt wordt. Geef de dieren voor eventuele kweek een winterrust. Het vrouwtje legt vier tot zes keer per jaar twee eieren.

Deze worden aan het substraat vastgeplakt, maar beter is de eieren uit te broeden in een broedstoof met bijvoorbeeld vochtig vermiculiet als substraat. De incubatietijd is afhankelijk van de temperatuur. Bij lagere temperaturen duurt het langer voor de eieren uitkomen. Bij 26 tot 29 graden Celsius duurt dit ongeveer 65 tot 80 dagen.

Uitgekomen jongen kunnen het beste apart van de ouders worden gehuisvest. Zet de jongen in een aparte bak en zorg voor een bakje met vochtig substraat. Een aandoening waar gekko’s gevoelig voor zijn, is rachitis. Dit is een vervorming van het skelet door een tekort aan calcium.

De gevolgen van te weinig calcium zijn pas na langere tijd te merken, maar het proces is vaak onomkeerbaar. Zorg er daarom altijd voor dat de gekko’s een extra calciumbron ter beschikking hebben en ook voldoende vitamine D3 binnenkrijgen, wat nodig is om de botten op te bouwen. Verschijnselen van rachitis zijn zwakke en misvormde botten, bijvoorbeeld kromme poten.

Verstopping kan voorkomen als de dieren teveel substraat opeten of door verkeerde voeding. Diarree wijst op een infectie van de darmen door bijvoorbeeld coccidiose of door flagellaten, ga hiermee altijd bijtijds naar een dierenarts. Ook wormen kunnen diarree geven.

Longontsteking kan het gevolg zijn van tocht in het terrarium en is te herkennen aan slijm bij de mond en moeilijk ademen. Probeer tocht altijd te voorkomen. Ook mondrot komt voor, te zien aan geel of wit pus in de bek. Voor beide aandoeningen heeft de gekko medicijnen nodig. Vrouwtjes kunnen problemen krijgen bij het eieren leggen, meestal als gevolg van kalktekorten.

Vaak is dan een operatie nodig om het ei te verwijderen. Niet vlot verlopende vervelling kunt u verhelpen door voor een hogere luchtvochtigheid te zorgen, bijvoorbeeld in de vorm van een bakje vochtig spagnum of veenmos. Stukken vel die te lang vast blijven zitten kunnen problemen geven, vooral bij ogen en tenen.

Trek nooit hard aan de huid van de gekko. Als een dier steeds problemen heeft met vervellen, kan dit door tekort aan vitamine A komen of door een slechte conditie door ziekte. Laat hem dan nakijken door een dierenarts. Voorkom ziekten door goede hygiëne, goede voeding en zo min mogelijk stress. Is uw wimpergekko ziek, ga dan naar een dierenarts met verstand van reptielen.

Voor het op een verantwoorde wijze houden van een wimpergekko is geen specifieke ervaring nodig. Het is een gemakkelijk te houden gekko die veel wordt aangeboden. Sluit u eventueel aan bij een reptielenvereniging, waar u via medeliefhebbers veel nuttige informatie kunt krijgen.

  • Wimpergekko’s kunt u kopen bij een gespecialiseerde kweker of bij een goede reptielenspeciaalzaak.
  • Let bij aanschaf op dat de gekko niet mager is, alert is en heldere ogen heeft, geen tenen of staart mist en een schone huid en neus heeft.
  • Wimpergekko’s kosten ongeveer veertig tot tachtig euro per stuk.

Sommige exemplaren kosten echter veel meer vanwege hun kleuren of tekening. De opstartkosten van een terrarium zijn vrij hoog. Kosten die terugkeren zijn bijvoorbeeld de aanschaf van voedseldieren en de elektriciteitskosten voor verwarming en licht. Daarnaast kunt u voor kosten komen te staan als uw gekko ziek wordt.

Welke reptielen bijten niet?

licg.nl – Baardagame Welke Reptielen Mag Je In Nederland Als Huisdier Hebben Baardagamen zijn mooie hagedissen die bovendien redelijk tam kunnen worden. In vergelijking met andere reptielen zijn ze vrij makkelijk te verzorgen, waardoor deze dieren ook voor een beginnend reptielenhouder geschikt kunnen zijn. Een volwassen baardagame is veertig tot vijftig centimeter lang en heeft een groot terrarium nodig.

  1. Dat geeft natuurlijk wel de gelegenheid om hier een mooie aankleding aan te geven, waardoor u volop van dit dier kunt genieten.
  2. Ies het juiste dier voor uw situatie: lees vóór het kopen eerst of de baardagame het huisdier is dat u zoekt.
  3. Baardagamen ( pogona vitticeps ) zijn hagedissen die in het wild voorkomen in Australië.

Ze zijn, in vergelijking met veel andere reptielen, vrij gemakkelijk te verzorgen. Baardagamen zijn van nature niet agressief en kunnen vrij tam worden. Een volwassen baardagame is veertig tot vijftig centimeter groot. Het dier heeft een driehoekige kop, een afgeplat lichaam met veel stekels, en een stekelige huidplooi aan de keel.

De natuurlijke kleur van een baardagame varieert van lichtbruin tot grijs. Baardagamen kunnen tot op zekere hoogte hun lichaamskleur donkerder of lichter laten worden. Deze kleurverandering vindt plaats onder invloed van licht en is daarom afhankelijk van het type en de hoeveelheid licht. Een baardagame wordt gemiddeld 11 jaar oud en kan 15 jaar oud worden.

Er zijn gele, rood/oranje, rode en hypomelanistische (=minder donkere pigmenten) varianten van de baardagame. Baardagamen leven in Australië, waar ze te vinden zijn in de woestijn, in rotsachtige en beboste gebieden. Baardagamen leven op de grond, maar kunnen ook klimmen.

Het zijn koudbloedige dieren, die overdag actief zijn. Ze zijn afhankelijk van (zon)licht en schaduw om hun lichaamstemperatuur te regelen. Daarnaast kunnen ze de lichaamstemperatuur zelf beïnvloeden, bijvoorbeeld door hun bek open te sperren, waardoor ze afkoelen. Wanneer een baardagame opgewonden is, zet hij zijn baard op, die daarbij zwart verkleurt.

Vrouwtjes kunnen hun baard ook opzetten, maar doen dit zelden. Baardagamen zijn van nature solitaire (alleenlevende) dieren. Om die reden is het zeker voor beginners aan te raden om één dier te houden. Wanneer u één baardagame aanschaft, kunt u het beste een mannetje nemen om eventuele problemen met legnood te voorkomen.

Wanneer u toch meerdere baardagamen wilt houden, let er dan op dat er geen vechtpartijen plaatsvinden. Mannen, maar ook vrouwtjes kunnen onderling soms zeer onverdraagzaam naar elkaar zijn. Wanneer u een mannetje bij een vrouwtje zet, zal hij haar vaak lastig vallen met paargedrag. Dit kan vermoeiend zijn voor het vrouwtje.

Baardagamen zijn in principe vrij tolerant naar andere hagedissen van hetzelfde formaat, het is echter zeer af te raden om zomaar dieren te combineren. Als u dit toch overweegt, laat u zich dan altijd goed voorlichten over bijvoorbeeld overdraagbare ziekten.

  1. Bij het opzetten, inrichten en onderhouden van een terrarium komt heel wat kijken.
  2. In de handleiding over terrariumtechniek leest u hoe u dat aan kunt pakken.
  3. Zorg ervoor dat het terrarium klaar staat als u een baardagame koopt.
  4. Voor één baardagame heeft u een terrarium nodig van minimaal 100 x 50 x 50 centimeter, maar liefst groter.
See also:  Met Welke Schulden Mag Je Niet Vliegen 2021?

Zet het terrarium op een rustige plaats en beweeg rustig in de buurt van het terrarium. Het verblijf moet goed geventileerd en tochtvrij zijn. U kunt het inrichten met bijvoorbeeld boomstronken, stenen en andere elementen waarop de baardagame kan zonnen.

Zorg voor voldoende schuilgelegenheden. Levende planten zullen worden opgegeten door een baardagame. Voor verdere aankleding kunt u eventueel ook plastic planten gebruiken. Let er wel op dat uw baardagame hier niet van gaat eten. Als u merkt dat uw baardagame hier aan gaat knabbelen, haal ze dan weg! Als bodembedekker wordt vaak zand (probeer scherpe zandsoorten en grof zand te vermijden) of een ander natuurlijk substraat als bark of beukensnippers gebruikt.

Zand kan voor verstoppingen zorgen. Wanneer de dieren moeten vervellen is het van belang een iets vochtige plek te creëren onder bijvoorbeeld een stronk of steen. De temperatuur in het terrarium moet overdag 32 tot 35 graden Celsius zijn in het warme gedeelte, en ongeveer 25 graden in het koelere gedeelte.

U kunt het terrarium hiervoor verwarmen met warmtelampen. Daarnaast moet u een of meerdere plekken maken waar de baardagame kan zonnen. Onder deze warmtespots moet het warmer zijn en mag de temperatuur oplopen tot 45 graden. Let wel op dat het dier zich niet kan branden. ‘s Nachts moet de temperatuur ongeveer 20 graden zijn, kamertemperatuur is in de meeste gevallen voldoende.

Gebruik goede UVB-lampen en vervang deze minstens elke 6 maanden. Dit is belangrijk voor de aanmaak van vitamine D. Er bestaan lampen die zowel voor warmte als voor UVB zorgen. U kunt bij een terrariumspeciaalzaak vragen welke lampen het best geschikt zijn voor uw terrarium.

Zorg bij meerdere dieren voor meerdere warmtespotjes, maar let op dat het terrarium koele plaatsen blijft houden. Wanneer een baardagame de gehele dag met de bek geopend zit, kan dit duiden op een te warme leefomgeving. U kunt twee keer per week het terrarium aan de koele kant licht besproeien met behulp van een plantenspuit.

Maak het terrarium niet te nat; een te hoge luchtvochtigheidsgraad kan zorgen voor schimmelinfecties. Om die reden is een grote waterbak ook niet aan te raden. Baardagamen krijgen hun vocht voornamelijk binnen via de voeding. Een kleine ondiepe waterbak, waar het dier eventueel een bad in kan nemen is afdoende.

Voor jonge dieren kunt u stenen in de bak leggen zodat ze er eventueel weer makkelijk uit kunnen klimmen. De baardagame houdt een rustperiode van ongeveer acht weken. In die periode is hij minder actief, en eet hij minder of niets. Deze rust wordt winterrust genoemd. Baardagamen houden hun rust in de natuur vooral tijdens de koelere maanden van het jaar.

Er is dan in de natuur minder voedsel te vinden. Let op: dieren die in de winter inactief worden, zouden ook ziek kunnen zijn. Houdt u hier rekening mee. Tijdens de winterrust wordt de temperatuur geleidelijk lager, en het licht minder. De dagtemperatuur is dan ongeveer 20 tot 25 graden Celsius, en de nachttemperatuur rond de 15 graden Celsius.

Na afloop van de winterrust bouwt u dit weer langzaam op. Besproei de dieren regelmatig met water om uitdroging te voorkomen, dit is vooral belangrijk wanneer de dieren gaan vervellen. Sproei echter niet te vaak en teveel, want baardagamen hebben een huidtype dat gevoelig is voor schimmelinfecties, dus een te natte leefomgeving kan soms schadelijk zijn.

Een baardagame kan vrij “tam” gemaakt worden. Het lichaam van een baardagame bevat veel stekels, maar voelt zacht aan. Het is desalniettemin af te raden om deze dieren regelmatig op te pakken. Het hanteren kan stress bij deze dieren veroorzaken. Wanneer ze vallen is er bovendien kans op botkneuzingen en ontsnappingsgevaar.

Houd ook voor ogen dat een reptiel in eerste instantie een kijkdier is. Een baardagame mag nooit een knuffeldier worden voor uw kinderen. Hoewel baardagamen niet agressief zijn, kunnen ze wel bijten. Houd hier rekening mee. Was uw handen na het hanteren of verzorgen van het dier. Baardagamen kunnen dragers zijn van schadelijke bacteriën en schimmels.

Gelukkig is besmetting hiermee zeer zeldzaam, maar hygiëne is altijd noodzakelijk voor mens en dier. Baardagamen zijn omnivoor: ze eten zowel dierlijk als plantaardig voedsel. Zo bestaat tenminste 50% van hun voedsel uit krekels, sprinkhanen, buffalowormen, wasmotlarven, moriowormen, dola’s, dubia’s, zijderupsen, tebolarven, en kleine knaagdieren zoals nestmuizen.

  • De andere 50% dient te bestaan uit gevarieerde groenten, zoals andijvie, witlof, sperziebonen, paksoi, radijs, tomaat en komkommer, maar bijvoorbeeld ook zonnebloem en paardenbloem.
  • U kunt afwisselen met fruit en verse kruiden.
  • Voer koolsoorten beperkt, omdat deze groenten in grote hoeveelheden schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid van de baardagame.

Pas op voor bestrijdingsmiddelen. Daar kan een dier ernstig ziek van worden. Volwassen baardagamen kunt u meerdere keren per week voeren. Bepoeder al het voer met kalk en vitaminen- en mineralensupplementen om tekorten te voorkomen. De voedselinsecten moeten gevoerd worden met een calciumrijk voer, dat bovendien bepoederd wordt met een calciumpoeder.

  • Zowel voedsel als supplementen kunt u kopen bij de dierenspeciaalzaak.
  • Let er met de voeding op, dat baardagamen een grote eetlust hebben en vaak blijven eten.
  • Hierdoor kunnen problemen ontstaan met het gewicht van het dier.
  • Ook bij baardagamen komt overgewicht voor en dit is schadelijk voor het dier.
  • Ververs het water in de waterbak dagelijks.

Baardagamen zijn geslachtsrijp als ze ongeveer één jaar oud zijn. Goed doorvoede baardagamen kunnen al na zes tot acht maanden geslachtsrijp zijn, maar een snelle groei en vroeg kweken is af te raden. Te snelle kweek kan leiden tot kleinere eieren en daarmee ook zwakkere jongen.

Ook kan de groei van het vrouwtje tijdens de dracht tot stilstand komen, hetgeen zeer negatieve gevolgen kan hebben voor het nog niet uitgegroeide dier. Het mannetje zal gaan kopknikken en zet zijn zwarte baard op. Het vrouwtje zwaait met haar voorpoten. Bij de paring bijt het mannetje het vrouwtje in haar nekvel.

Een vrouwtje kan sperma opslaan in haar lichaam. Daarom kunnen uit één paring meerdere legsels komen. In een ondiep hol (door het vrouwtje zelf gegraven) worden tien tot dertig eieren gelegd. De eieren moeten in een vochtig substraat (grof zand of vermiculite) bij 28 tot 32 graden Celsius worden bebroed.

  • Na 50 tot 75 dagen komen de baardagamen uit het ei.
  • Ze zijn dan ongeveer zeven centimeter lang (kop-staartlengte).
  • De jonge agamen worden apart van de ouders opgekweekt.
  • Het geslacht van jonge baardagamen is moeilijk te bepalen.
  • Bij oudere dieren kunt u onder de staartbasis kijken.
  • Bij een man ziet u twee bultjes, deze bultjes zijn de spieruiteinden van de penissen (hagedissen hebben er twee), we noemen deze geslachtsorganen de hemipenissen.

Ook hebben mannen een bredere kop, een zwaarder gebouwd lichaam en een rij poriën aan de binnenkant van de achterpootdijbenen (bij vrouwtjes zijn die poriën beduidend kleiner). Natuurlijk wilt u voorkomen dat uw baardagame ziek wordt. Als u weet waar u op moet letten en hoe uw dier zich gedraagt als het gezond is, merkt u het eerder wanneer er iets aan de hand is en kunt u bijtijds actie ondernemen.

  1. Gezonde baardagamen zijn alert en kijken helder uit hun ogen.
  2. Het gewicht moet op peil zijn: een gezonde baardagame heeft een rond buikje.
  3. De heupbeenderen mogen niet duidelijk zichtbaar zijn.
  4. Veel voorkomende aandoeningen bij baardagamen zijn verstopping, diarree en stress.
  5. Een andere veel voorkomende aandoening is rachitis.

Dit is een ziekte die ontstaat door kalk- en vitaminetekort. Ook gebrek aan UV straling kan tot deze aandoening leiden. Hierdoor krijgen de dieren misvormde botten en breuken. Wanneer een vrouwtje haar eieren niet kwijt kan, kan legnood ontstaan. Dit kan dodelijk zijn.

Andere voorkomende ziekten zijn bijvoorbeeld mondrot, longaandoeningen, schimmelinfecties en parasitaire infecties. Controleer bij aankoop van een baardagame of de staart en de pootjes intact zijn. Koop geen zieke dieren, u herkent een zieke baardagame aan kromme, slappe of gezwollen ledematen, veel slijm in de bek en neus en afwijkende ontlasting.

Daarnaast kan het dier last hebben van bijvoorbeeld ingevallen, opgezwollen of vieze ogen. Het dier kan door ziekte ook een slechte eetlust hebben, maar dat is voorafgaand aan de aanschaf uiteraard niet te controleren. Het is aan te raden om eenmaal per jaar een mestcontrole uit te laten voeren door een dierenarts om te controleren op aanwezigheid van maag-darmparasieten.

Plaats nieuwe en zieke dieren altijd in quarantaine. Raadpleeg bij vragen over de gezondheid van uw baardagame een dierenarts. Niet iedere dierenarts heeft verstand van deze dieren. Het is daarom ook aan te bevelen om, voordat u een baardagame koopt, alvast een dierenarts te zoeken die hiermee ervaring heeft.

Dat scheelt zoekwerk en stress wanneer er ooit iets met uw dier aan de hand is. Voor het op een verantwoorde wijze houden van dit huisdier is geen specifieke ervaring nodig. Zorg wel dat u zich van tevoren goed informeert. U kunt een baardagame kopen bij een gespecialiseerde kweker, reptielen- of dierenspeciaalzaak.

De prijzen voor een baardagame variëren tussen enkele tientallen en honderd euro. Dit is ondermeer afhankelijk van de leeftijd, kleur, kweekvariant en geslacht van het dier. Een terrarium met inrichting zoals (UVB) lampen kost enkele honderden euro’s. Zand en lampen moet u regelmatig vervangen. Goede UVB lampen kosten enkele tientallen tot ongeveer honderd euro, al naar gelang het type.

Voedsel, zoals insecten, supplementen en groenten zorgen voor aanvullende kosten van enkele euro’s per keer. Een volwassen baardagame eet tweemaal vier à vijf sprinkhanen in de week. Daarnaast kunt u voor kosten komen te staan als uw dier onverhoopt ziek wordt.

Welke reptielen in terrarium?

Typen terraria Algemeen Het type terrarium, de inrichting ervan en het klimaat dat in een nagebootste biotoop https://nl.wikipedia.org/wiki/Luchtvochtigheid moet heersen, worden bepaald door het oorspronkelijke milieu en de leefwijze van de diersoort die wij in het terrarium willen gaan houden.

Woestijnbewoners, zoals het woestijnleguaantje ( Dipsosaurus dorsalis ), stelt andere eisen aan zijn leefomgeving dan de uit de Verenigde Staten afkomstige boomkikker ( Hyla cinerea ), die een hoge luchtvochtigheid, een redelijk constante temperatuur, veel klimplanten en takken bijzonder waardeert. Het is noodzakelijk je in de leefwijze van de dieren te verdiepen.

Hieronder volgen een aantal globale beschrijvingen van “standaard” typen terrarium inrichtingen. Natuurlijk zijn er op deze beschrijvingen veel varianten mogelijk. Mocht je van plan zijn zelf een terrarium te bouwen, dan vind je hier: (klik) enkele technische tips. Welke Reptielen Mag Je In Nederland Als Huisdier Hebben Sonora woestijn. Een woestijnterrarium biedt zoveel mogelijk grondoppervlak aan de bewoners. De bodem kan bestaan uit een dikke laag grof scherp zand. Belangrijk is dat zelf gegraven holen niet snel instorten. Er moeten platte stenen aanwezig zijn waaronder holen kunnen worden gegraven.

Een bodemverwarming kan overdag worden ingeschakeld. Laat deze via een tijdschakelaar elke avond op tijd uitschakelen om ‘s nachts voldoende afkoeling te realiseren. Er kunnen plastic vetplanten en cacteeën worden toegepast. Voor levende planten is er in het woestijnterrarium over het algemeen onvoldoende licht.

Een waterbak is geen noodzaak, maar wordt veelal wel op prijs gesteld. Het is een nabootsing van de natuurlijke situatie wanneer er in een woestijnterrarium ‘s ochtends wordt gesproeid. De stralingswarmtebronnen (bijvoorbeeld persglas lampen moeten zodanig worden gemonteerd dat er op meerdere plaatsen temperaturen van 45 tot 55 graden Celsius worden bereikt. Welke Reptielen Mag Je In Nederland Als Huisdier Hebben Rotsterrarium in aanbouw. Een rotsterrarium is een terrarium met veel klimgelegenheid in de vorm van stenen en stronken. Stenen kunnen eventueel kunstmatig worden nagemaakt met behulp van steengaas en cement. Polyester leent zich uitstekend voor het maken van grillige rotspartijen.

Een terrarium van dit type moet veel grondoppervlak bieden. Gebruik stevige klimtakken om de bewegingsmogelijkheden van de dieren te vergroten. Beplanting kan worden gekozen afhankelijk van de afkomst en de soort dieren. Creëer zonneplaatsen met behulp van lampen, persglaslampen, spots of porseleinlampen op de gewenste hoogte in het terrarium te hangen.

Klimtakken krijgen een extra functie wanneer zij de mogelijkheid bieden om te zonnen. Belangrijk is dat er in een terrarium meerdere stralingswarmtebronnen aanwezig zijn zodat de dieren elkaar kunnen ontwijken en hun eigen plekje kunnen uitkiezen. In dit type terrarium kunnen prima met plastic planten worden toegepast.

  1. Droog terrarium met enkele planten en klimtakken Veel in bomen en struiken levende hagedissen hebben een terrarium nodig met veel klimtakken, stronken en schors.
  2. Een dergelijk terrarium kan worden gedecoreerd met levende of kunstplanten.
  3. De bodem van het terrarium bestaat uit droog zand, grit of steenslag.

Stel stralingswarmtebronnen zodanig op boven de takken en stronken dat de dieren er gemakkelijk kunnen zonnen zonder het risico te lopen zich te branden. Voorkom dat de planten te dicht bij de stralingswarmtebronnen staan. Dit type terrarium is meestal hoger dan lang, maar dat kan afhankelijk zijn van de grootte van het terrarium en de beschikbare ruimte in huis. Welke Reptielen Mag Je In Nederland Als Huisdier Hebben Vochtig met takken. Hierin worden diersoorten ondergebracht die in de buurt van water leven, zoals talrijke amfibieën, of in het kreupelhout van tropische bossen, maar ook boombewoners uit subtropische streken voelen zich in een rijk beplant terrarium thuis, zoals veel kameleons, gekko’s, anolissen, veel slangen.

De bodem wordt vochtig gehouden om daardoor de luchtvochtigheid in het terrarium op peil te houden. Dit kan door toepassing van bloemistenaarde, turf, varenwortel e.d. Een uitgeholde, beplante boomstam of een kurkschors is niet alleen decoratief, maar biedt tevens de mogelijkheid voor de dieren om zich te verschuilen.

Voor de stralingswarmtebronnen geldt hetzelfde als bij het droge terrarium. Ook dit type terrarium is eerder hoog dan lang. Regenwoudterrarium Welke Reptielen Mag Je In Nederland Als Huisdier Hebben Regenwoudterrarium. Een variant op het vochtige terrarium is het regenwoudterrarium, Kenmerkend zijn de hoge luchtvochtigheid en een zeer rijke en gevarieerde begroeiing, die kan bestaan uit vochtminnende planten zoals o.a. scindapsus, philodendrons, bromelia’s, orchideeën en tillandsia’s,

Eikenstobben en veenkienhout kunnen als klimpartijen worden gebruikt. Een behoorlijke waterpartij, eventueel met een watervalletje, completeert het geheel. Het plaatsen van een regeninstallatie kan overwogen worden. Goede ventilatie is noodzakelijk om bacteriën en schimmel vorming te voorkomen. Geforceerde ventilatie kan worden gerealiseerd met een computerventilatortje.

Het toepassen van roestvrij(stalen) materialen (ventilatie!) in deze vochtige omgeving is van wezenlijk belang. Terrarium voor gewone en pijlgifkikkers Welke Reptielen Mag Je In Nederland Als Huisdier Hebben Geschikt voor kikkers, Een terrarium voor pijlgifkikkers ( Dendrobatidae ) is een qua temperatuur en vochtigheid in principe een regenwoud terrarium. Omdat pijlgifkikkers in de praktijk wat specifieke eisen aan het terrarium stellen wordt het terrarium hiervoor afzonderlijk beschreven.

Pijlgifkikker s leven op de grond en in de bomen. Ze klimmen tegen ruwe stammen op en houden zich graag op in de bladoksels van Bromelia’s. De bladeren van bromelia’s zijn geliefde plaatsen voor veel pijlgifkikkers om hun eieren op te leggen. Deze planten mogen in een terrarium voor pijlgifkikkers dan ook niet ontbreken.

The best beginner pet lizard

Zorg ervoor dat er altijd water in de kokers van de bromelia’s staat. Beperk u tot de gladbladige bromelia’s en tillandsia’s. Deze komen meestal uit vochtige gebieden. Geschubde bladvariëteiten horen in drogere gebieden thuis. Van veenkienhout kunnen uitstekende klim- en schuilplaatsen worden gemaakt.

Het veenkienhout dient goed te worden ingeweekt/ingewaterd door het bijvoorbeeld een paar weken in een sloot of vijver te laten liggen. Een terrarium voor pijlgifkikkers moet overzichtelijk zijn ingericht. Het gaat om kwetsbare diertjes en het is van belang om het overzicht te behouden over de groep. Een terrarium voor pijlgifkikkers behoeft niet perse groot te zijn.

Een bak van 40 x 40 x 60 cm volstaat voor de meeste soorten. Groter mag natuurlijk altijd. Een waterpartij en een watervalletje zijn wenselijk. Ook een regeninstallatie, die door een watercirculatiepomp wordt gevoed, kan goede diensten bewijzen. Het is prettig wanneer op gezette tijden een behoorlijke regenbui kan worden nagebootst. Welke Reptielen Mag Je In Nederland Als Huisdier Hebben Kleine boomkikkers, Boomkikkers zijn er in allerlei maten, vormen en kleuren. Een ding hebben zij zeker gemeen: het zijn klimmers. Veel takken of andere klimmogelijkheden, zoals landplanten en riet, vormen dus een voorwaarde bij de inrichting van het terrarium.

Kleine boomkikkers (Kleine Hyla’s, Afrixalus, Hyperolius e.d.) kunnen in een fraai beplant terrarium worden ondergebracht; deze uiterst lenige kikkertjes zullen weinig schade aanrichten. Dunne klimtakken kunnen hier volstaan. De grote boomkikkers ( Agalychnis, grote Hyla’s, grote Phyllomedusa, grote Rhacophorus achtigen) hebben stevigere klimtakken nodig.

Veel boomkikkers vertoeven graag aan de oevers van beekjes, plassen en moerasachtige gebieden. Een flinke waterpartij is voor de meeste soorten gewenst. De meeste boomkikkers zijn schemer- en nachtactief. Dat betekent dat zij overdag volledig passief, meestal als ‘zuignappen’ verscholen onder bladeren of tegen takken in ruste zijn en pas tevoorschijn komen wanneer het donker wordt.

Om ze in het donker toch te kunnen observeren kan met nachtverlichting worden gewerkt. Deze nachtverlichting kan heel zwakke gewone verlichting zijn of een rode lamp. Deze laatste stoort de kikkers niet maar beïnvloedt wel de zichtbare kleuren. Een en ander kan via tijdschakelaars, eventueel in combinatie met lichtdiminstallaties worden geschakeld.

Een regenbui activeert vaak het actieve gedrag van de boomkikkers. Ook een regeninstallatie, gevoed door een circulatiepomp, kan tot de technische uitrusting van het terrarium behoren. Oeverterrarium voor waterschildpadden Welke Reptielen Mag Je In Nederland Als Huisdier Hebben Waterschildpadden, Een terrarium voor waterschildpadden kan in principe heel eenvoudig worden gerealiseerd. Basisonderdelen zijn een land- en een watergedeelte. De temperatuur van het water moet overeenkomen met de temperatuur die waterschildpadden in hun natuurlijke omgeving gewend zijn.

Een aquariumverwarming gekoppeld aan een thermostaat biedt uitkomst. Het landgedeelte wordt verwarmd met behulp van een stralingswarmtebron: een porseleinlamp, spotje of persglas lamp. Waterschildpadden vervuilen het watergedeelte doorgaans snel en zeer sterk. Bij het voederen worden grote prooien of stukken vlees vaak aan stukken gescheurd en meestal ontstaan er gevechten om het eten.

Een biologisch filter of een krachtige potfilter is meestal wel voldoende om het zweefvuil uit het water te verwijderen, maar grotere voedselresten en uitwerpselen moeten toch regelmatig worden verwijderd. Dit kan met behulp van een hevelslang, maar het is ideaal wanneer een waterschildpaddenbak via een met de hand te openen stop of kraan rechtstreeks aan een afvoer zou kunnen worden gekoppeld. Welke Reptielen Mag Je In Nederland Als Huisdier Hebben Bodembewonende slangen, Een terrarium voor slangen, en dan met name wurgslangen moet vooral hygiënisch zijn. Planten zijn overbodig en soms zelfs ongewenst. De bodem waarin zij staan vormt al gauw een haard van bacteriën, waardoor de slangen ziekten oplopen.

Mondrot is meestal het gevolg van een vieze, vochtige, bodem. Enkele grove klimtakken, schone plateaus en plastic planten vormen de aankleding van een slangenterrarium. De bodem moet zo steriel mogelijk zijn. Een gladde gemakkelijk te reinigen vloer verdient de voorkeur. Een losse waterbak die uitgenomen en grondig gereinigd kan worden is functioneel.

De warmtelampen moeten zodanig worden opgehangen of gemonteerd, dat de dieren zich niet kunnen branden. De grootte van het terrarium is afhankelijk van de te houden slangensoort. Veel wurgslangen geven de voorkeur aan een niet te groot terrarium. Zeker als het de bedoeling is om met deze slangen te kweken. Welke Reptielen Mag Je In Nederland Als Huisdier Hebben Woudschildpadden, Een terrarium voor landschildpadden moet zoveel mogelijk grondoppervlak bieden. De hoogte is meestal niet belangrijk, dan hooguit uit esthetische overwegingen. Er kunnen schuilplaatsen worden aangebracht met behulp van grote stronken e.d.

Bodemverwarming valt zeker bij ‘droge, warme’ schildpadden aan te bevelen. Deze moet echter ‘s nachts worden uitgeschakeld, omdat dergelijke schildpadden afkoeling ‘s nachts van nature gewend zijn. Ook tijdens de koelteperiode mag de bodemverwarming uit blijven. De bodem kan bestaan uit zaagsel, zand, vochtige turf, houtsnippers of kleikorrels.

Aan veel van deze materialen kleven bezwaren. Zand stuift, zaagsel wordt vaak opgegeten en veroorzaakt verstoppingen. turf gaat stuiven. Ook hier is een gladde bodem een oplossing, maar die moet wel regelmatig worden schoongemaakt. Bij jonge schildpadden maakt men wel eens gebruik van forellenpellets.

Als de jonge dieren deze bodembedekking binnenkrijgen, levert het geen gevaar op. Het materiaal wordt verteerd en is zelfs voedzaam. In een schildpaddenterrarium leven planten doorgaans kort. Zorg er voor dat er geen obstakels zijn, zoals stenen onderdoorgangen, waaraan de schildpadden hun schilden kunnen beschadigen.

Een paludarium Een paludarium is een vivarium waarin een land- en een waterdeel aanwezig zijn. Het waterdeel is meestal beplant en ingericht als een streekaquarium. Het landgedeelte is beplant en ingericht als een regenwoudterrarium. Het gaat meestal om tropische biotopen, vrijwel altijd regenwoud, maar dat is niet perse een voorwaarde.

  • Van belang is dat er een goed evenwicht is tussen land- en waterdeel en dat er dieren in het paludarium worden gehuisvest die uit dergelijke omgeving vandaan komen.
  • Meestal worden er kleine boomkikkertjes, pijlgifkikkers, anolissen, gekko’s en dergelijke kleine vochtminnende reptielen en amfibieën in een paludarium gehouden.
See also:  Vanaf Welke Leeftijd Mag Een Kind Brie?

Het waterdeel leent zich voor het houden van vissen die zich in de bovenste lagen van het water ophouden. De zogenaamde oppervlaktevissen worden meestal gekenmerkt door een bovenstandige bek. Afhankelijk van de hoeveelheid water kunnen er verschillende soorten vissen worden gehouden.

  1. Hoe meer water en hoe dieper, hoe groter de keus.
  2. Bekende oppervlaktevissen zijn de vlindervissen (Pantodon) en de schuttersvissen (Toxotes) die hun voedsel van en van boven het wateroppervlak weghalen, de verschillende soorten bijlzalmen (Gasteropelecus) en de spatzalmen (Copella).
  3. Deze vissen kunnen met kleine insecten zoals fruitvliegen en eendagskrekeltjes worden gevoerd.

Een watervalletje kan erg sfeervol zijn en het draagt bij aan een goede luchtvochtigheid in het paludarium. In ondiepe waterpartijen kunnen aquariumplanten in moerascultuur opgroeien en krijgen boven water vaak totaal andere bladvormen en komen tot bloei.

Op het landdeel kunnen botanische orchideetjes, tillandsia’s en allerlei bromelia’s worden geplant. Als wandmateriaal kunnen varenwortel blokken en turf prima worden toegepast. Veenkienhout kan worden gebruikt als klim- en schuilmateriaal. Het paludarium is momenteel nog steeds volop in de belangstelling en het aantal liefhebbers dat hiermee bezig is groeit voortdurend.

Tips voor de bouw van een paludarium, klik: (hier) Aangezien een paludarium een vochtig biotoop betreft kunnen takken en stronken vaak beter van kunststof worden vervaardigd. Een mooie methode hiervoor is de Flevopolmethode. De voor- en nadelen van een gezelschapsterrarium Algemeen Een fout die beginnende terrariumhouders regelmatig maken is het te véél en te veel soorten dieren in één terrarium samen houden.

Nu is het niet zo dat alleen beginners deze neiging hebben. Ook ervaren terrariumhouders kunnen deze drang niet altijd onderdrukken. De term ‘gezelschapsterrarium’ is afkomstig uit de aquariumwereld, waar het ‘ gezelschapsaquarium ‘ een heel belangrijke rol speelt. In een gezelschapsaquarium worden vissen uit allerlei werelddelen bij elkaar in één aquarium ondergebracht.

De beplanting bestaat meestal ook uit vertegenwoordigers uit allerlei gebieden. Voorwaarde is dat in het aquarium een soort ‘standaardmilieu’ heerst, dat het gemiddelde vormt van het totaalpakket aan eisen, die àl die soorten vissen samen aan hun milieu stellen.

  • Veel aquariumvissen behoren tot de zogenaamde ‘scholenvissen’ die van nature gewend zijn met veel soortgenoten, maar ook met veel andere soorten vissen samen te leven.
  • Waar het gaat om soorten die zogenaamd ‘territoriumvormend’ zijn, liggen de zaken al heel anders.
  • Veel tropische baarsachtigen ( Cichliden ) kunnen al veel moeilijker met andere vissen worden gecombineerd.

Kennis omtrent aard en afkomst van de dieren is dus heel belangrijk. Impulsief kopen Het impulsief kopen van dieren vormt waarschijnlijk de grootste oorzaak van mislukkingen in onze liefhebberij. De bij een handelaar ‘geëtaleerde’ dieren spreken zodanig tot de verbeelding dat een liefhebber, tegen beter weten in, gauw geneigd is de vraag te stellen: ‘Kan ik die samenhouden met ?’ Het impulsief kopen van dieren om die zonder voldoende voorkennis te gaan houden is op zich al riskant.

  • Het impulsief kopen van dieren om die zomaar samen met andere, reeds in het bezit zijnde, dieren te gaan houden kan voor de oude én de nieuwe dieren desastreus zijn.
  • De argumenten van een handelaar moeten dan al zéér veel hout snijden om de liefhebber nog van de koop te kunnen afhouden, want eigenlijk was de beslissing al genomen en meestal zal een handelaar deze ‘oneconomische’ behoefte niet zo voelen.

Dit laatste is hem ook eigenlijk nauwelijks kwalijk te nemen. Thuis gekomen rijzen meestal pas de twijfels. Zou het écht wel goed gaan? Het zou niet de eerste keer zijn dat nieuwe, impulsief aangekochte dieren, regelrechte rampjes veroorzaken. Grote kikkers die kleinere vrolijk naar binnen happen; staarten die in no-time verdwenen bleken; mooie hagedisjes die zelfs niet meer werden weergezien.

  • De ellende behoeft zich niet altijd direct af te tekenen.
  • Vaak verstoren nieuwkomers in een terrarium op heel subtiele wijze het bestaande evenwicht.
  • Parasieten hebben soms even tijd nodig om zich explosief te kunnen ontwikkelen.
  • De overdracht van allerlei wormen is ook niet altijd direct te constateren.

Een enkele keer gaat het toevallig ook gewoon goed. Slechte combinaties van dieren Enkele combinaties van dieren die doorgaans verkeerd uitpakken zijn: reptielen met amfibieën slangen met amfibieën slangen met hagedissen Van nature zijn vrijwel alle dieren in meer of mindere mate bang voor slangen.

Een combinatie van vis-, kikker- en wormenetende slangen, zoals ringslangen ( Natrix ) of kousenbandslangen ( Thamnophis ) met kleine insectenetende hagedissen zoals kleine muurhagedissen ( Podarcis ) of anolissen ( Anolis ) kan heel erg lang goed gaan, tot er onverwachts toch één wordt gegrepen en opgegeten.

Eigenlijk leven hagedissen in combinatie met slangen altijd ‘onder druk’. Het terrarium is eigenlijk altijd te klein om onder die druk vandaan te komen. Bij het gecombineerd houden van dieren moeten we ook rekening houden met de aard van de verschillende dieren.

  1. Ameleons ( Chamaeleo ) houden van een rustige omgeving.
  2. De meeste soorten hebben een eigen territorium.
  3. Dit territorium is vrij groot en kan een hele boom of struik beslaan.
  4. Ze houden er niet van om in een druk bevolkt terrarium te worden ondergebracht en zeker niet met soortgenoten.
  5. Menig terrariumhouder heeft zich in het verleden wel eens verkeken op de grootte van prooien die kameleons nog kunnen verorberen en zagen tot hun spijt hoe kleine hagedissen met smaak werden opgegeten.

Er zijn dag-, schemer- en nachtactieve dieren en een combinatie hiervan kan met zich meebrengen dat de één de ander stoort en andersom. Dit kan vooral in kleine terraria bijvoorbeeld het geval zijn bij een combinatie van de dagactieve pijlgifkikkers ( Dendrobatidae ) met grote schemer- en nachtactieve boomkikkers.

  1. Natuurlijk houdt een en ander sterk verband met de grootte van het terrarium en de verhouding tussen het aantal dieren en de inrichting van de bak.
  2. De beplantingsdichtheid kan hierbij ook van groot belang zijn.
  3. Een combinatie van dieren die uit sterk uiteenlopende biotopen en klimaten afkomstig zijn is vanzelfsprekend uit den boze.

Zo behoren de sterk warmtepinnende rots- en bodem bewonende Afrikaanse gordelstaarthagedissen ( Cordylus ) ooit te worden samengehouden met de boom bewonende Aziatische hoekkopagamen ( Acanthosaura ). Dat zou een combinatie van een woestijnbewoner met een regenwoudbewoner betekenen; twee extremen.

  • Ondanks dat reptielen bijzonder veel incasseringsvermogen hebben en erg tolerant kunnen zijn ten aanzien van hun kunstmatige biotoop, moet de terrariumhouder er altijd naar streven zodanige omstandigheden te creëren dat de dieren zich optimaal thuis kunnen voelen.
  • Hoe extremer de afkomst van de samengehouden soorten, hoe moeilijker het zal zijn een juist gemiddelde van factoren voor beide soorten te creëren in één en hetzelfde terrarium.

Zo zijn er zeer veel combinaties van dieren in een terrarium te bedenken die op grond van verschil in afkomst niet wenselijk zijn. Aan de andere kant is het vaak moeilijk om er achter te komen waar een bepaald dier precies vandaan komt. Toch kan dat voor een juiste huisvesting wel degelijk van groot belang zijn.

Sommige diersoorten hebben een enorm groot verspreidingsgebied. Neem bijvoorbeeld de gewone groene leguaan ( Iguana iguana ). Deze soort komt voor in Mexico, Midden-Amerika tot Zuid-Amerika (tot Zuid-Brazilië en Paraguay), verder komt hij voor op een groot aantal eilanden van de Antillen. Zijn verspreidingsgebied verschilt van savannen tot regenwoud.

Op sommige eilanden leeft hij op de rotsen tussen de cacteeën. Afhankelijk van waar hij vandaan komt stelt hij zijn eigen specifieke klimaateisen. Wat dat betreft kan de handelaar de liefhebber de helpende hand bieden door de liefhebber zo volledig mogelijk te informeren over het land en zo mogelijk de streek van afkomst van de geïmporteerde dieren.

  • Veel reptielen en amfibieën, zoals de Europese soorten, stammen uit biotopen waar het klimaat niet constant is.
  • Ze kennen wisselende jaargetijden met natte en droge perioden, koele en hete seizoenen.
  • Ennis omtrent de biotoop waar de dieren vandaan komen, stelt de terrariumhouder in staat het terrarium aan te passen.

Combinaties van dieren Hoewel het houden van één diersoort per terrarium in het algemeen verreweg de voorkeur verdient, zijn er toch wel enkele combinaties in de praktijk haalbaar gebleken. Daarbij kan in ‘t algemeen wel worden gesteld, dat hoe gróter het terrarium is, hoe méér combinatiemogelijkheden er zijn.

  • Enkele globale combinaties van dieren die in de praktijk wel haalbaar bleken: Verschillende soorten landschildpadden.
  • Verschillende soorten waterschildpadden.
  • Landschildpadden met slangen Hagedissen met landschildpadden.
  • Verschillende soorten boomkikkers met padden.
  • Verschillende soorten salamanders.
  • Pijlgifkikkers met kleine boomkikkers (In grote, dicht beplante terraria).

Het is ondoenlijk om in detail alle mogelijke combinaties van diersoorten die goed bleken te gaan op te sommen. Dat is ook niet nodig. Van belang is wel dat alle factoren goed op een rijtje worden gezet, voordat men besluit verschillende diersoorten in één terrarium te huisvesten. Welke Reptielen Mag Je In Nederland Als Huisdier Hebben Hagedissen met landschildpadden. Boom- en grondbewoners Grote, hoge terraria bieden de mogelijkheid om boom bewonende hagedissen met grondbewoners te combineren. Wel is het noodzakelijk dat de verschillende dieren, elk op hun eigen niveau, hun eigen warmtebronnen kunnen vinden.

Hoe méér dieren er in een terrarium samen zijn ondergebracht, hoe méér ‘zonneplaatsen’ er moeten worden aangeboden. Dat geldt voor alle typen terraria. Een voorbeeld van een combinatie boom- en grondbewoners is: Basilisken ( Basiliscus ) met ameiva’s ( Ameiva ). Wanneer het terrarium veel grondoppervlak heeft is een combinatie van hagedissen met landschildpadden denkbaar.

Bij combinaties met waterschildpadden moet hun roofzucht, zoals de roodwangsierschildpad ( Chrysemys scripta elegans ), niet worden onderschat. Deze waterschildpadden zijn bijzonder vraatzuchtig en onverwacht snel en wendbaar. Gelijkvormigheid Bij een combinatie van dieren zou men moeten overwegen om slechts dieren te combineren die of van nature al gemeenschappelijk voorkomen, of die volledig niet gelijkvormig en niet gelijk van kleur en uiterlijk zijn.

  1. Veel dieren reageren op elkaars uiterlijke kenmerken.
  2. Bepaalde kleuren of kenmerken waaraan ze elkaar herkennen.
  3. Het uit een ander werelddeel halen van een gelijkvormige of gelijk- kleurige hagedis kan verwarring en stress veroorzaken bij één of beide soorten.
  4. Een voorbeeld hiervan kan zijn de groene basilisk ( Basiliscus plumifrons ), de groene leguaan ( Iguana iguana ), de groene wateragame ( Physignathus concincinus ) en de zeilagame ( Hydrosaurus amboinensis ).

Dit zijn overwegend groene hagedissen, wèl afkomstig uit globaal gelijksoortige biotopen, maar dieren die bij voorkeur niet met elkaar moeten worden gecombineerd. Het risico bestaat dat ze op basis van overeenkomst in kleur en vorm elkaar als concurrenten zullen beschouwen.

  1. Dat sommige diersoorten van nature gemeenschappelijk voorkomen wil niet zeggen dat zij ook in een terrarium kunnen worden gecombineerd.
  2. In principe is ieder terrarium tè klein.
  3. De smaragdhagedis ( Lacerta viridis ) en de muurhagedis ( Podarcis sicula ) komen in de natuur bij elkaar voor.
  4. In het terrarium legt de smaragdhagedis het in het algemeen snel af tegen de actievere en agressievere muurhagedis.

Verder kunnen de territoria van veel mannetjes behoorlijk groot zijn. In dergelijke territoria kunnen wel vaak meerdere wijfjes gehouden worden, maar een terrarium van ongeveer een vierkante meter blijkt voor meerdere mannelijke muurhagedissen meestal te klein.

  • Een streek- of biotoopterrarium Een streekterrarium bootst de omstandigheden in een bepaalde biotoop zo nauwkeurig mogelijk na.
  • De in deze biotoop voorkomende reptielensoorten kunnen samen worden ondergebracht.
  • Door nauwkeurige klimaatbeheersing probeert men de seizoenen met hun bijbehorende daglengten, aantal uren zon, temperaturen, neerslag en vochtigheid, natuurgetrouw te imiteren.

Een mooi voorbeeld hiervan is het voormalige Sonorawoestijn terrarium van de Diergaarde Blijdorp te Rotterdam. In dit terrarium worden halsbandleguanen ( Crotaphytus collaris ), woestijnleguanen ( Dipsosaurus dorsalis ), chuckwalla’ s ( Sauromalus obesus ) en gilamonster s ( Heloderma suspectum ) gemeenschappelijk ondergebracht.

  • Bij de opzet van dit terrarium werd gebruik gemaakt van biotoopfoto’s van de Sonora woestijn en werd, met succes, getracht één en ander tot in details uit te werken.
  • In een streekterrarium behoort gebruik te worden gemaakt van planten en andere materialen die in die specifieke biotoop thuishoren.
  • Natuurlijk kan hierbij ook gebruik worden gemaakt van kunstplanten.

Een groot terrarium Of een terrarium groot of klein wordt bepalen de dieren die men erin wil houden. Een bak van anderhalve meter lang, zestig centimeter diep en tachtig centimeter hoog, is groot als er pijlgifkikkers in worden gehouden. Een dergelijke ‘grote’ bak nodigt als het ware uit om meerdere soorten kikkers in te huisvesten.

  • Voor volwassen groene leguanen stelt een dergelijke bak echter niets voor.
  • Eén zo’n exemplaar erin en de bak is letterlijk en figuurlijk ‘vol’.
  • Diezelfde grote bak is dan veel te klein.
  • Eén soort per terrarium (speciaal terrarium) Met bovenstaand verhaal wordt niet getracht een lans te breken voor het gezelschapsterrarium.

Integendeel. Het gecombineerd houden van verschillende soorten terrariumdieren kan ernstige consequenties met zich meebrengen. Men moet zich goed in de verschillende soorten verdiepen, alvorens ze bij elkaar te zetten. Elk risico van mislukken moet tot een minimum worden beperkt.

Nog altijd is het houden van één diersoort per terrarium verreweg aan te bevelen, omdat men dan kan trachten aan àlle specifieke wensen van deze soort te voldoen. We vrijwaren de dieren van stress. We voorkomen onverwachte gevechten met bijbehorende beschadigingen en we kunnen omstandigheden creëren die de voortplanting kunnen bevorderen.

De aanwezigheid van een andere diersoort in het terrarium kan net dié factor zijn, die de voortplanting belemmert. In veel gevallen verdient het houden van verschillende soorten, per soort in kleinere terraria de voorkeur boven het gecombineerd houden in één heel groot terrarium.

  • Soorten voedsel Algemeen Hieronder worden een aantal typen voedselgebruikers beschreven.
  • Globaal kunnen reptielen en amfibieën hieronder worden verdeeld.
  • In de beschrijving van de soorten wordt gemeld tot welk type het dier kan worden gerekend.
  • In de rubrieken hieronder kan dan worden nagelezen waaruit het voedsel kan bestaan.

Kleine insecteneters Onder kleine insecteneters worden verstaan de kleinere insectenetende reptielen en amfibieën zoals kleine echte hagedissen, anolissen, veel gekko’s, daggekko’s, kleine kikkers en boomkikkers en kleine padden. Deze eten levende huiskrekels, vliegen, wasmotten, allerlei buiten te vangen kleine insecten ( weideplankton ), kleine treksprinkhanen en meelwormen.

Het is raadzaam de insecten met speciale kalk/vitaminepreparaten te bepoederen alvorens ze als voedsel aan te bieden. Voedseldieren die zelf worden gekweekt kunnen met kalkrijk voedsel worden gevoederd om deze kalk via de maaginhoud aan de terrariumdieren door te geven. Denk erom dat meelwormen voor kleine reptielen en amfibieën vaak moeilijk te verteren zijn door hun dikke chitine-huid.

Voer daarom aan kleine dieren bij voorkeur de pas vervelde nog witte exemplaren. Grote insecteneters Onder grote insecteneters worden verstaan de grotere insectenetende reptielen en amfibieën zoals grotere Lacertidae (smaragd- en parelhagedissen), basilisken, grote schildhagedissen, grote kameleons, grote kikkers en padden.

Deze eten volwassen levende treksprinkhanen, volwassen veldkrekels, grote vlinders, veelal ook kevers en meestal ook eendagsmuizen. Veel van dergelijke voedseleters accepteren ook dood voer in de vorm van kattenvoer en ander rauw vlees. Bied gevarieerd voedsel aan; vooral eenzijdig voeren met reepjes rauw vlees is sterk af te raden.

Er zitten te weinig voedingsstoffen in, vooral voor dieren die in de groei zijn. Dit kan worden gecompenseerd door het bepoederen ervan met kalk/vitaminepreparaten. De meeste van dit soort voedsel etende dieren accepteren ook de diepgevroren voedseldieren die hiervoor als levend werden opgenoemd.

Wanneer we het hebben over alleseters, dan betreft dit meestal grotere reptielen. Amfibieën eten slechts in hun larvale stadium soms plantaardig voedsel. Voor het overige zijn het hoofdzakelijk insecteneters. We onderscheiden twee soorten alleseters: Alleseter met voorkeur voor plantaardig voedsel Wanneer het om alleseters gaat met een voorkeur voor plantaardig voedsel dan kunnen meestal vrijwel alle soorten groenten en fruit, zachte grassen, paardensla en bijvoorbeeld muur, worden aangeboden.

Alle deze plantaardige producten dienen bij voorkeur op ‘schone’ plaatsen verzameld te worden. Grondig wassen van het voedsel spreekt voor zich. Het vlees dat dergelijke voedseleters tot zich nemen bestaat veelal uit aas: kattenvoer uit blik. Reepjes vlees, levende en dode eendagsmuizen, dode insecten en dergelijke, verrijkt met kalk/vitaminepreparaten worden meestal als bijvoeding op het plantaardige menu geaccepteerd.

Individuele voorkeuren komen voor; de balans tussen plantaardig: eiwitrijk kan soms omslaan. Alleseter met voorkeur voor vlees Alleseters met een voorkeur voor dierlijke eiwitten worden veelal gevoerd met levende en dode insecten, levende en dode nestmuizen, levende en dode volwassen muizen en ratten, dode eendagskuikens, kattenvoer uit blik, geweekte kattenbrokjes, reepjes rauw vlees (verrijkt met kalk/vitaminepreparaten).

Als aanvulling hierop kan plantaardig voedsel in de vorm van zoet fruit (o.a. banaan, druiven), goed gewassen sla en andijvie worden gegeven. Individuele voorkeuren spelen vaak een belangrijke rol. Vleeseters Er zijn dieren die slechts levende warmbloedige prooien accepteren.

Deze prooien kunnen bestaan uit levende zoogdieren: meestal knaagdieren zoals muizen, ratten, cavia’s, hamsters, gerbils en konijnen. Andere warmbloedige zijn vogels: kuikens, (dwerg)kwartels, kippen, zebravinken e.d. Afhankelijk van de grootte van het dier kunnen al dan niet grotere prooidieren worden aangeboden.

Dieren die levende, warmbloedige prooien eten, hoeven niet met kalk en vitaminen te worden bijgevoerd. Planteneters Planteneters hebben vaak van nature een uitgesproken voorkeur voor bepaalde planten die in hun natuurlijke biotoop voorkomen. Goede alternatieven vormen vaak paardensla en paardebloemen.

  1. Alle soorten groenten en fruit.
  2. Gras en allerlei kruiden.
  3. Veelal is de keuze van de voedselplanten een kwestie van experimenteren om zodoende de voorkeuren van de betreffende dieren vast te stellen.
  4. Het is aan te bevelen het plantaardige voedsel te verrijken met kalk/vitaminepreparaten.
  5. Wormen en kikkereters Er zijn dieren die voornamelijk wormen en kikkers eten zoals veel waterminnende slangen ( Thamnophis en Natrix ).

Er zijn ook wormenetende slangetjes ( Storeria ), Veel amfibieën eten wormen en hoewel het niet hun hoofdvoedsel vormt pakken de meeste insecteneters graag zo nu en dan een worm. De meeste waterschildpadden zijn verzot op wormen. De Aziatische lanspuntadders ( Trimeresuru s ) eten in hun jeugdstadium kikkers.

  • Datzelfde geldt voor de Amerikaanse moccasinslangen ( Agkistrodon ).
  • Vaak in het jeugdstadium wormen en later kikkers en ook salamanders.
  • Probleem is dat de inheemse amfibieën bedreigd en daarom beschermd zijn.
  • Zij komen dus niet als voedseldieren in aanmerking.
  • Een kikkersoort die wel als voedseldier kan worden gekweekt is de Australische hamerkikker ( Lymnodynastes perroni ).

Daarnaast worden dwerg- en gewone klauwkikkers wel als voedseldieren gekweekt. Soms lukt het om wormen- en kikkereters zo ver te krijgen dat zij na een periode van langzame gewenning overgaan op het eten van rauw vlees. Dit moet dan wel met kalk/ vitaminepreparaten worden verrijkt.

Omdat vlees dat hiermee bepoederd is vaak niet door de dieren wordt geaccepteerd, is het mogelijk het -preparaat in een cellulosecapsule (apotheek!) te doen en in het vlees te verstoppen. Veel wormen en kikkereters eten ook vis. Viseters Veel waterslangen eten graag vis. Dat geldt ook voor de waterminnende varanen en de krokodillen.

Kleine viseters kunnen worden gevoerd met guppen. Deze guppen kunnen worden gekweekt of worden gekocht. Veel reptielenhandelaren verkopen zogenaamde voederguppen en voedergoudvissen. Voor specifieke viseters geldt dat hele vissen een compleet voedsel vormen waarbij in de regel niet hoeft te worden bijgevoerd.

  1. Grote viseters kunnen worden gevoed met grote goudvissen.
  2. Daarnaast kunnen aasvisjes worden gegeven die bij hengelsportzaken kunnen worden gekocht.
  3. Het vissen in Nederland met een kruisnet is officieel verboden.
  4. Dat is voor de terrariumliefhebber vaak jammer omdat deze wijze van vissen vaak prima voedseldieren oplevert.

Veel viseters eten ook wormen en kikkers. Voedselspecialisten Er zijn onder de reptielen en amfibieën ook echte voedselspecialisten bekend. Dat betekent dat het om diersoorten gaat die zich van nature slechts met één bepaalde voedselsoort voeden of dit als hoofdvoedsel hebben.

Er zijn reptielen bekend die zich voornamelijk voeden met mieren, spinnen, slakken, de eieren van een bepaalde kikkersoort, blad en/ of bloemen van bepaalde plantensoorten, hagedissen of slangen. Het kunnen houden van dergelijke voedselspecialisten is sterk afhankelijk van de vraag of men regelmatig deze specifieke voedselsoorten kan bemachtigen of kweken.

Er zijn echter soorten bekend die wel tot het eten van alternatieven willen overgaan, maar vervolgens toch doodgaan omdat deze alternatieven onvoldoende vervangende voedingswaarden leveren. Bij dat soort dieren is aanschaf ervan eigenlijk onverantwoord.

Wat is een leuk en makkelijk huisdier?

6. Knaagdieren – Een cavia, een hamster, een rat of een huismuis: allemaal ook heel aaibaar en een stuk minder veeleisend dan een hond of een kat. Wat niet wegneemt dat je ook zo’n kleine huisgenoot adequaat moet verzorgen, dus zorg altijd dat je je goed inleest van tevoren. Welke Reptielen Mag Je In Nederland Als Huisdier Hebben

Welke reptielen zijn giftig?

Bekijk: Giftige hagedissen Vier families van hagedissen en de suborde van de slangen hebben een gezamenlijke voorouder die ongeveer 200 miljoen jaar geleden geleefd moet hebben. Van drie van de hagedisfamilies werd tot nu toe aangenomen dat ze geen gif bezitten, maar onderzoekers hebben aangetoond dat onder de vijf groepen negen typen gif voorkomen.

  1. In totaal 14 onderzoekers uit zes landen berichten daarover in een artikel in Nature van 17 november 2005.
  2. Ook de Leidse biologiestudent Freek Vonk heeft meegewerkt aan de totstandkoming van het Nature-artikel.
  3. Onder de nog levende reptielen zijn er twee lijnen waarvan biologen van oudsher weten dat ze gifklieren hebben.

Dat zijn de suborde Serpentes, de hoogontwikkelde slangen met zo’n 2500 tot 3000 soorten, en de twee leden van de hagedissenfamilie Helodermatidae, het gilamonster en de Mexicaanse korsthagedis. De slangen hebben de gifklieren in de bovenkaak en de hagedissen in de onderkaak. Welke Reptielen Mag Je In Nederland Als Huisdier Hebben De Leidse biologiestudent Freek Vonk, medeauteur van het artikel in Nature, met een zwartkeelvaraan, (bron afbeelding: Walter K. Getreuer)